Symptomen en oorzaken

Wat is het?

Het rectum of de endeldarm bestaat uit het laatste deel van dikke darm (de laatste 15 centimeter vanaf de anus gemeten). De endeldarm fungeert dankzij de grotere diameter als reservoir voor de stoelgang alvorens deze bij de ontlasting het lichaam verlaat. Ter hoogte van de anus bevindt zich de sluitspier of de sfincter die noodzakelijk is voor controle over de ontlasting (de continentie).

Een rectumkanker ontstaat als een kleine goedaardige poliep in de endeldarm die in de loop van de jaren geleidelijk aan kwaadaardig is geworden. Wanneer de tumor kwaadaardig is geworden, zal deze geleidelijk aan steeds dieper in de wand van de endeldarm doorgroeien. In verder gevorderde stadia doorboort de kanker zelfs de darmwand en kan het kwaadaardig gezwel doorgroeien in naburige structuren zoals de blaas, de prostaat, de vagina, het heiligbeen of de sluitspier. Naarmate het gezwel dieper doorgroeit kan het ook de wand van kleinere bloedvaten aantasten en via deze weg in de bloedsomloop terecht komen. Een kwaadaardige tumor heeft ook de neiging uit te breiden via de lymfebanen waardoor de kankercellen terecht komen in de aangrenzende lymfeklieren. Deze klieren fungeren initieel als beschermende filters, maar naarmate ze door de tumor worden aangetast kunnen kwaadaardige cellen via deze weg toch ook in de bloedbaan terecht komen. Wanneer kankercellen in de bloedbaan aankomen (ofwel via de lymfebanen, ofwel via rechtstreekse doorgroei in de bloedvaten), kunnen ze zich in het lichaam verspreiden en zich innestelen in andere organen. Op deze manier ontstaan uitzaaiingen of metastasen, die zich in geval van een rectumkanker meestal situeren in de lever en de longen.

Symptomen

Meestal komen we dergelijke letsels op het spoor naar aanleiding van bloedverlies tijdens de stoelgang of een verandering in het stoelgangpatroon (constipatie, diarree, anaal slijmverlies …). In meer vroegtijdige stadia kan men aan de hand van stoelgangonderzoek soms microscopische hoeveelheden bloed in de ontlasting terugvinden.

Diagnose en behandeling

Diagnose

Om de diagnose te bevestigen en de ernst van de situatie in te schatten, zijn een aantal verdere onderzoeken vereist:

  • Lichamelijk onderzoek: naast een algemeen onderzoek van de buik, verricht je arts meestal ook een inwendig onderzoek van de anus met de vinger. Tijdens dit onderzoek kan het gezwel soms gevoeld worden, wat essentiële informatie oplevert over de afstand van het letsel tot de anus en de sluitspier.
  • Bloedonderzoek: geeft naast algemene informatie over de functie van verschillende organen ook een idee over de hoogte van een specifieke tumormerker, het Carcinogeen Embryonaal Antigen (of CEA). Dit eiwit loopt meestal op wanneer een darm- of rectumkanker uitbreidt of in een later stadium opnieuw de kop opsteekt. Het is dus een gevoelige parameter om patiënten met darmkanker tijdens de maanden en jaren na de ingreep verder op te volgen.
  • Endoscopie: tijdens een coloscopie of darmonderzoek wordt met een flexibele camera een inwendig onderzoek van de dikke darm verricht. Op deze manier kan een gezwel worden vastgesteld en gelokaliseerd, er kunnen meestal ook weefselstalen (biopten) worden genomen voor verder microscopisch onderzoek. Microscopisch onderzoek van deze biopsie kan uitwijzen of het om een goed- of kwaadaardig letsel gaat.
  • CT-scan: met behulp van röntgenstralen worden met deze scan de borstkas en buikholte in beeld gebracht. Op deze manier kan men vaststellen of het gezwel in de endeldarm ook in de nabijheid komt van andere organen. Ook de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lever of de longen kunnen met dit onderzoek in beeld komen.
  • MRI- of NMR-scan: met deze magnetische scan wordt de endeldarm in detail in beeld gebracht zonder gebruik te maken van röntgenstralen. Op die manier kan de dieptegroei van een letsel in de rectumwand beter worden ingeschat. Ook de aanwezigheid van verdachte lymfeklieren in de buurt van de endeldarm kan met MRI meestal beter worden ingeschat.
  • Endo-echografie (EUS): met behulp van een anaal ingebracht echotoestel kan de dieptegroei van beperkte letsels soms beoordeeld worden. Voor meer gevorderde kwaadaardige tumoren is een NMR vaak voldoende.

Behandeling

  • Indien het letsel in de endeldarm mogelijk nog een goedaardige poliep betreft, kan geopteerd worden voor een lokale resectie (= verwijdering). In dit geval wordt het gezwel met een beperkte marge weggenomen doorheen de anus. In geval van kleinere letsels kan deze resectie onmiddellijk gebeuren tijdens de coloscopie.
  • Voor grotere letsels is soms een heelkundige ingreep via de anus vereist, dit noemen we een transanale endoscopische microchirurgische resectie of TEM. Aan de hand van microscopisch onderzoek op deze brede biopsie kan dan met zekerheid de diagnose worden gesteld. Indien het achteraf toch blijkt te gaan om een goedaardige poliep, is deze brede wegname meestal voldoende en is verder behandelen met bredere operatie, nabestraling of chemotherapie niet vereist.
  • Gaat het toch om kanker dan wordt in sommige gevallen voorafgaandelijk aan de operatie radiotherapie gegeven, lees hier meer over de bestraling van rectumkanker.
  • Het wegnemen van het gezwel met een veilige marge kan ook gebeuren via een heelkundige wegname van het rectum

Behandelende centra & specialisaties

Algemene chirurgie

Laatste publicatiedatum: 08/11/2019
Verantwoordelijk auteur: Dr. Pletinckx Pieter