Onderzoeken & behandelingen

Openen of dilateren van de kransslagaders

Wat is het?

Door katheters via de slagaders naar het hart op te schuiven, kan de arts met behulp van contraststof en röntgenstralen de kransslagaders in beeld brengen. Wanneer de diagnostische hartkatheterisatie belangrijke vernauwingen aantoont, kan de cardioloog de kransslagaders openen met een ballon of stent. Vaak gebeurt dit aansluitend tijdens dezelfde procedure. Bij een acuut hartinfarct door een verstopte kransslagader moet deze zo snel mogelijk geopend worden. Hoe langer de bloeddoorstroming gestoord is, hoe groter de kans op onomkeerbaar afsterven van hartspierweefsel ten gevolge van zuurstoftekort.

Hoe verloopt het?

Voorbereiding

Als je opgenomen wordt met acute hartklachten, word je zo snel mogelijk doorverwezen voor de hartkatheterisatie. Hiervoor werken de cardioloog en zijn verpleegkundig team met een wachtdienst.

Als je klachten niet acuut zijn, wordt de procedure gepland uitgevoerd. Je wordt dan op de afgesproken datum opgenomen in het cardiologisch dagziekenhuis. Je moet de dag van opname nuchter zijn. Dit is minimaal 2 uur voor heldere vloeistoffen (enkel water, thee en koffie), minimaal 6 uur voor een lichte maaltijd en melkproducten en minimaal 8 uur voor een normale maaltijd. Je arts zal je vertellen welke medicatie er, voorafgaand aan de procedure, mag genomen worden.

Als er geen recente laboresultaten zijn, zal er een bloedafname gebeuren. Je krijgt een operatiehemd aan. Kort voor de ingreep kan je een pilletje krijgen om je beter te ontspannen. De verpleegkundige plaatst een infuus in je arm om zo nodig medicatie toe te dienen.

Behandeling

De ingreep gaat door in de hartkatheterisatiezaal waar je plaats neemt op de behandeltafel. Er worden kleefelektroden aangebracht om het hartritme te volgen. Onder lokale verdoving wordt een klein buisje (≤ 2 mm) geplaatst in een slagader in de lies, pols of elleboogplooi. Via dit buisje worden verschillende katheters opgeschoven tot bij het hart om zo rechtstreeks contraststof in de kransslagaders in te spuiten. Deze contraststof is dan zichtbaar op een scherm door het gebruik van X-stralen (röntgenstralen).

Een heel fijn draadje (±0,3 mm) wordt tot voorbij de vernauwing in de kransslagader gebracht. Hierna wordt de vernauwing opgeheven met behulp van een ballondilatatie of een stentplaatsing.

  • Ballondilatatie: over het draadje wordt een ballonkatheter opgeschoven tot aan de vernauwing. Het ballonnetje wordt opgeblazen en zo wordt de vernauwing wijder opengemaakt.
  • Stent plaatsing: na de ballondilatatie wordt er een tweede katheter met ballon en stent (metalen veertje) opgeschoven tot aan de vernauwing. Bij het opblazen van de ballon ontplooit de stent zich en wordt hij zo in de vaatwand geduwd.

Na het openen van de vernauwing en het laten leeg lopen van de ballon wordt de katheter verwijderd. De stent blijft ter plaatse. Een geplaatste stent blijft levenslang ter plaatse en verhindert het dichtklappen van het bloedvat.

Nazorg

Na behandeling van een kransslagader is 24 uur observatie aangewezen. De punctieplaats wordt regelmatig gecontroleerd door de verpleegster van de afdeling waar je je bevindt. De duur van bedrust is voornamelijk afhankelijk van de punctieplaats.

Wat zijn de risico's?

  • Contrastallergie: indien je allergisch bent aan jodiumhoudend contrastmiddel, moet je dit melden aan je cardioloog of zijn verpleegkundige.
  • Bloeding: ter hoogte van de punctieplaats kan bloedverlies optreden tijdens, maar ook na de ingreep. Dit risico is sterk afhankelijk van de punctieplaats, maar ook van de graad van bloedverdunning. Een zeldzame keer kan hiervoor heelkundig herstel van het bloedvat nodig zijn.
  • Embolisatie: een zeldzame keer kan trombus (een klonter) ontstaan op de katheters. Dit wordt maximaal vermeden door het toedienen van bloedverdunners tijdens de ingreep.
  • Dissectie: na ballondilatatie kan een flap van de binnenwand van het bloedvat loskomen. Dit is een dissectie en wordt behandeld met een stent.
  • Perforatie: zeer zelden kan een perforatie van het behandelde bloedvat optreden, wat aanleiding geeft tot bloedverlies buiten het vat.
  • Tamponade: indien perforatie optreedt, kan de bloeding in het hartzakje aanleiding geven tot tamponade, wat het hart belet om goed te pompen. Dit vocht wordt zo snel mogelijk gedraineerd en de perforatie gedicht door gebruik te maken van speciale stents.
  • Bij sommige patiënten kan op termijn (meestal binnen de eerste 6 maanden) een nieuwe vernauwing verschijnen in de stent op basis van littekenweefsel (= in-stent restenose). Als dit gebeurt, kan best een speciaal type stent (drug-eluting stent of DES) geplaatst worden. Een DES is behandeld met medicatie die de vorming van littekenweefsel tegenhoudt. Sommige patiënten hebben een verhoogd risico op in-stent restenose en daarom zal de arts bij hen onmiddellijk een DES plaatsen (bv. bij patiënten met suikerziekte).

Centra & specialisaties

Cardiologie

Laatste publicatiedatum: 26/12/2019
Verantwoordelijk auteur: Dr. Provenier Frank