Wat is het?

Het verwijderen van de galblaas kan op twee manieren gebeuren: via een kijkoperatie of een via een klassieke insnede.

Verloop van het onderzoek

Via een kijkoperatie

In het overgrote deel van de gevallen wordt de galblaas verwijderd met een kijkoperatie of laparoscopie. Bij deze ingreep wordt de buikholte opgeblazen met koolzuurgas. Nadien wordt een camera via de navel in de buikholte gebracht, waarna de galblaas via een drietal kleine wondjes met fijne instrumenten wordt losgemaakt en verwijderd. De hele ingreep wordt gevolgd op een groot videoscherm zodat het hele chirurgische team precies kan volgen wat er binnen in de buik gebeurt. Het voordeel van deze techniek zit vooral in de beperkte insneden, waardoor het herstel na de ingreep vaak ook erg snel verloopt.

Via een klassieke insnede

In sommige gevallen is het echter niet mogelijk de galblaas veilig via een kijkoperatie te verwijderen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij patiënten die voordien reeds bepaalde ingrepen in de bovenbuik hebben ondergaan, waardoor er verklevingen zijn opgetreden. Ook bij zware infecties van de galblaas kan de anatomie dermate verstoord zijn dat een klassieke insnede moet worden gemaakt onder de ribbenboog. Hierdoor bestaat de kans dat de chirurg tijdens de ingreep beslist om over te schakelen naar de conventionele benadering (een open insnede).

Na afloop van de ingreep

Ontslag

De duur van de hospitalisatie hangt af van een aantal factoren. Zo spelen leeftijd en algemene toestand van de patiënt een rol, evenals de thuissituatie (bv. alleenstaand). Ook zullen patiënten die geopereerd werden via een insnede onder de ribbenboog en patiënten die na de ingreep nog antibiotica toegediend krijgen voor een galblaasontsteking vaak wat langer in het ziekenhuis blijven. Patiënten die met een kijkoperatie werden behandeld voor onverwikkelde galstenen kunnen doorgaans snel naar huis. Soms wordt de ingreep zelfs in daghospitalisatie uitgevoerd.

Wondpijnen

Wondpijnen zijn in zekere mate normaal na een heelkundige ingreep. Deze pijnen kunnen een week aanhouden. Bij hoesten of heffen kan je de pijn zelfs enkele weken voelen. Je mag tijdens deze periode zeker pijnstillers gebruiken. De intensiteit van de pijn zal alsmaar afnemen. Bij toename van de pijnklachten laat je de wonden best eens tussentijds controleren door de huisarts.

Schouderpijnen

Schouderpijn kan optreden na elke kijkoperatie als gevolg van de positie tijdens de ingreep maar ook door het opblazen van de buikholte met koolzuurgas. Het oprekken van het middenrif kan prikkeling veroorzaken van de zenuw die ook naar de schouder loopt. Deze schouderpijnen zijn niet verontrustend en ze verdwijnen doorgaans na enkele dagen.

Hechtingen

De hechtingen mogen door de huisarts verwijderd worden op de tiende dag na de ingreep. Tot die tijd bescherm je de wonden best tegen water. De verbanden mogen ververst worden wanneer ze vuil worden of loskomen.

Drain

Indien er bij de ingreep tekenen van een infectie of bloedverlies waren, kan de chirurg beslissen een drain in de operatiestreek te laten zitten. Dit plastieken buisje evacueert dan het overtollige vocht naar buiten. Deze drainage wordt doorgaans verwijderd voor het ontslag. Slechts heel uitzonderlijk moet de drain langere tijd ter plaatse blijven.

Bewegen

Bewegen is aangewezen van zodra de pijnklachten je dit toelaten. Door snelle mobilisatie verminder je de kans op vorming van bloedklonters in de aders. Het bewegen moet wel binnen de pijngrens gebeuren. Je wacht best een drietal weken met sporten. Je kan na de ingreep enkele weken sneller vermoeid zijn.

Dieet

Na de ingreep neemt de hoofdgalweg de functie van de galblaas over, doordat deze geleidelijk aan breder wordt kan er steeds meer gal in worden opgeslagen. Hierdoor heeft de meerderheid van de patiënten na de ingreep geen enkele moeite met het verteren van vetten of alcohol. Slechts een minderheid van de patiënten moet na de operatie een dieet volgen. De eerste dagen is het echter wel aangewezen de vetinname te beperken. De hoofdgalweg heeft vaak een tijdje nodig om het verlies van het galblaasreservoir op te vangen.

Mogelijke risico's

Wondinfecties

Wondinfecties kunnen ook na een kijkoperatie optreden. Vooral ter hoogte van de wonde aan de navel is er een verhoogd risico doordat deze wonde meestal fors wordt opgerekt om evacuatie van de galblaas toe te laten. Bij toenemende wondpijn, roodheid of vuil verlies via de wonde laat je best een vervroegde wondcontrole verrichten.

Infectie in de buik

Bij patiënten die geopereerd worden voor een geïnfecteerde galblaas, kan er na de ingreep een infectie in de operatiestreek optreden. Deze kenmerkt zich meestal door toenemende pijn onder de ribbenboog, een algemeen ziektegevoel en koorts. Bloedonderzoek toont verhoogde infectiewaarden, en op beeldvorming kan een afgekapselde vochtcollectie te zien zijn. Meestal kan deze infectie behandeld worden met antibiotica. In sommige gevallen is het nodig de vochtcollectie te evacueren door middel van een punctie (aanprikken onder echografie of CT-scan) of zelfs een heringreep.

Bloeding

Een post-operatieve bloeding kan optreden ter hoogte van de operatiestreek onder de lever of ter hoogte van de kleine wondjes doorheen de buikspieren. Doorgaans vormt zich in geval van beperkt bloedverlies een afgekapselde bloedklonter (hematoom) waarvoor geen verdere behandeling vereist is. Alleen bij besmetting van het hematoom kan een heringreep of een punctie aangewezen zijn. Ernstig bloedverlies manifesteert zich meestal door hoge polsslag, lage bloeddrukken en duizeligheid: in die gevallen is sneller heelkundig ingrijpen vereist.

Lekkage van gal

Een lekkage van gal kan optreden door een kwetsuur van de galwegen. In uitzonderlijke gevallen liggen anatomische varianten van deze galwegen aan de basis van dergelijk lek. De gal die in de buikholte sijpelt, veroorzaakt pijnklachten. Verdere beeldvorming is aangewezen om de ernst ervan in kaart te brengen. Bij discrete gallekken kan doorgaans worden afgewacht. Voor meer uitgesproken lekkage is vaak een endoscopische interventie via de maag vereist om de druk in de galweg te laten afnemen, eventueel kan via deze benadering ook een stent over het lek in de galweg worden geschoven. Uitzonderlijk is een heelkundige ingreep vereist om het gallek te stoppen. Al naargelang de situatie dient men dan te kiezen voor een drainage en/of herstel (bv. met een dundarmsegment).

Geelzucht en/of pancreatitis

Door manipulatie van de galblaas bij de ingreep kunnen kleine galstenen soms nog ontsnappen naar de hoofdgalweg. Indien ze daar klem komen te zitten, kunnen ze geelzucht of ontsteking van de pancreas veroorzaken. Toenemende pijnklachten, geelverkleuring van oogwit of huid en verkleuring van urine of stoelgang zijn symptomen die een post-operatief bloedonderzoek vereisen. Indien de galstenen niet snel spontaan naar de dunne darm migreren, is een ERCP aangewezen.

Brochure

Centra & specialisaties

Algemene chirurgie

Laatste publicatiedatum: 06/12/2019
Verantwoordelijk auteur: Dr. Pletinckx Pieter