Wat is het?

Als je een te trage hartslag hebt of als er pauzes optreden in je hartritme, kan implantatie van een pacemaker aangewezen zijn. Een pacemaker is een klein toestel dat het werk van de natuurlijke gangmaker (de sinusknoop) of van de geleidingsbanen (AV-knoop) overneemt. De pacemaker staat stand-by tot op het ogenblik dat de hartslag lager is dan een vooraf ingestelde limiet. Op dat moment geeft de pacemaker elektrische impulsen die de hartspier doen samentrekken.

Het pacemakersysteem bestaat uit:

  • een klein apparaat (de pacemaker met de batterij)
  • een, twee of drie prikkelgeleider(s) naar het hart

Hoe verloopt het?

Voorbereiding

Je wordt opgenomen op de afdeling cardiologie. Je moet nuchter zijn: dit is minimaal 2 uur voor heldere vloeistoffen (enkel water, thee en koffie), minimaal 6 uur voor een lichte maaltijd en melkproducten en minimaal 8 uur voor een normale maaltijd. Medicatie mag ingenomen worden zoals afgesproken met de arts.

Je krijgt een operatiehemd aan. Als er geen recente laboresultaten beschikbaar zijn, kan er een bloedafname gebeuren. De verpleegkundige plaatst een infuus in je arm, om later medicatie toe te dienen.

De ingreep gaat door in de hartkatheterisatiezaal.

De ingreep

Je neemt plaats op de behandeltafel. Er worden kleefelektroden aangebracht om het hartritme te volgen. Je krijgt antibiotica via het infuus als bescherming tegen infectie. Een huidzone van 10 op 10 cm ter hoogte van de linker (meestal) schouder wordt geschoren en ontsmet, en er worden steriele lakens rond gekleefd. De huid en onderhuid worden met een injectie plaatselijk verdoofd.

De arts maakt een kleine insnede van 4 cm. Tussen de schouderspieren wordt een kleine ader opgezocht zodat de prikkelgeleiders naar het hart gebracht kunnen worden. Als het bloedvat niet voldoet, prikt de arts een grotere ader onder het sleutelbeen aan. De elektroden worden in de hartholten geplaatst en de contacten worden gecontroleerd op kwaliteit. Na het vasthechten van de prikkelgeleiders wordt onderhuids ter hoogte van de schouder een holte vrijgemaakt om de pacemaker in te plaatsen. De huid wordt gehecht met verteerbare draad en een pleister bedekt de wonde. De ingreep neemt ongeveer 1 uur in beslag. Als daags nadien de controles van het toestel goed zijn, mag je naar huis.

Nazorg

Om infectie te vermijden, blijft de pleister nog enkel dagen de wonde bedekken. De eerste week is baden of douchen verboden. Vermijd ook teveel bewegingen met de schoudergordel.

Welke risico's zijn er?

  • Een lokale bloeduitstorting is mogelijk, maar vraagt meestal weinig zorgen.
  • Bij aanprikken van de diepe ader kan de long geraakt worden, met een klaplong tot gevolg. Na de ingreep wordt dan ook steeds een radiografische opname uitgevoerd om dit op te sporen.
  • Ondanks alle voorzorgen kan heel zelden de wonde infecteren. In dat geval is toediening van antibiotica en/of verwijdering van het apparaat soms nodig. De eerste weken na de implantatie kunnen de elektroden zich nog verplaatsen, dan is een nieuwe ingreep nodig.

Resultaat

De klachten die voor de pacemakerimplantatie aanwezig waren, zullen na de ingreep snel verdwijnen. Verdere opvolging gebeurt in de polikliniek via zesmaandelijkse consultaties. Ook telemonitoring kan helpen in de follow-up. Afhankelijk van de gebruiksintensiteit kan de pacemakerbatterij tot 10 jaar ondersteuning bieden. Regelmatige opvolging zal uitwijzen wanneer de pacemaker vervangen moet worden.

Brochure

Centra & specialisaties

Cardiologie

Laatste publicatiedatum: 26/02/2020
Verantwoordelijk auteur: Dr. Provenier Frank