Onderzoeken & behandelingen

Resynchronisatie therapie

Wat is het?

Resynchronisatie is aangewezen bij patiënten waarbij linker en rechter kamer (ventrikel) niet meer gelijktijdig samen trekken. Door implantatie van een pacemaker of defibrillator met een extra geleider naar de linker kamer kunnen rechter en linker harthelft gelijktijdig gestimuleerd worden. Gelijktijdige stimulatie zorgt voor betere spierkracht. Dit blijkt uit echocardiografische bevindingen. Op langere termijn kan het uitgezette hart zelfs opnieuw inkrimpen tot normale dimensies.

De personen die in aanmerking komen voor resynchronisatie therapie zijn patiënten met gevorderd hartfalen die ondanks optimale medicamenteuze behandeling een sterk beperkte inspanningstolerantie hebben door een asynchrone samentrekking van de hartspier.

Het resynchronisatiesysteem bestaat uit:

  • een apparaat (een pacemaker of een defibrillator met de batterij)
  • 3 prikkelgeleider(s) naar het hart.

Voorbereiding

Het plaatsen van CRT-toestel vergt een korte opname (1 overnachting). De voor- en nazorg vinden plaats op het cardiologisch dagziekenhuis. Na het plaatsen zal je een kamer toegewezen krijgen.

Je moet voor opname nuchter zijn want de ingreep is onder volledige verdoving. Dit is minimaal 2 uur voor heldere vloeistoffen (enkel water, thee en koffie), minimaal 6 uur voor een lichte maaltijd en melkproducten, minimaal 8 uur voor een normale maaltijd. Thuismedicatie mag ingenomen worden met een klein slokje water. Indien je bloedverdunners neemt zoals Sintrom®, Marevan® (Acenocoumarol), Marcoumar®, Pradaxa®, Xarelto®, Lixiana® of Eliquis® is het belangrijk dit te melden aan de verpleegkundige bij opname op het cardiologisch dagziekenhuis. Het is ook raadzaam een lijstje met daarop je thuismedicatie mee te brengen bij opname. Een voorgedrukte lijst hiervoor kan je terugvinden in de onthaalbrochure.

Indien er nog voorbereidende onderzoeken nodig zijn, zoals een bloedonderzoek of EKG, kunnen deze voor de plaatsing van het CRT-toestel gebeuren. De verpleegkundige zal voor de ingreep bij jou een infuus plaatsen en je preventief een dosis antibiotica toedienen.

Ben je allergisch voor bepaalde antibiotica of contraststof, meld dat bij opname zeker aan de verpleegkundige.

Ingreep

Het plaatsen van het toestel gebeurt op de hartkatheterisatie. Je wordt met het bed de katheterisatiezaal binnengereden en vervolgens ga je op de onderzoekstafel liggen. De verpleegkundige plaatst kleefelektroden om je hartritme te volgen tijdens het onderzoek. Bij voorkeur wordt het CRT toestel aan de linkerzijde geplaatst. De arts zal de implantatieplaats aanduiden. De ingreep gebeurt onder algemene verdoving, is vrijwel pijnloos en duurt ongeveer 2 uur. Om infecties te voorkomen wordt de huid waar de incisie wordt gemaakt geschoren en ontsmet, je wordt volledig afgedekt met steriele doeken. De huid wordt gehecht met verteerbare draad en een pleister bedekt de wonde. Je wordt wakker op het cardiologisch dagziekenhuis en krijgt een kamer toegewezen. Als daags nadien de controles van het toestel goed zijn, mag je naar huis.

Na vasthechten van de prikkelgeleiders wordt onderhuids ter hoogte van de schouder een holte vrijgemaakt om de pacemaker of defibrillator in te plaatsen. Een defibrillator vraagt bijkomende evaluatie van de schokbehandeling en daarom wordt de snelle hartslag uitgelokt. De huid wordt gehecht met verteerbare draad en een pleister bedekt de wonde. Je wordt wakker op de ontwaakzaal. De ingreep neemt 1 tot 2 uur in beslag.

Als daags nadien de longfoto en de controles van het toestel goed zijn, mag je naar huis.

Risico’s

Een lokale bloeduitstorting is mogelijk, maar vraagt meestal weinig zorgen. Bij aanprikken van de diepe ader kan de long geraakt worden, met een klaplong tot gevolg. Een radiografische opname wordt dan ook steeds na de ingreep uitgevoerd om dit op te sporen. Zelden kan, ondanks de voorzorgen, de wonde infecteren. Toedienen van antibiotica en/of verwijderen van het apparaat is soms nodig. De eerste weken na implantatie kunnen de elektroden zich nog verplaatsen, wat een nieuwe ingreep nodig maakt. Zelden kan de derde prikkelgeleider niet alleen het hart maar ook het middenrif stimuleren tot samentrekking. Deze “hik” voelt u soms meer in bepaalde houdingen. Door het toestel te herprogrammeren is dit probleem meestal verdwenen.

Resultaat

De resynchronisatietherapie moet zorgen voor een vlottere ademhaling, wat de inspanningstolerantie ten goede komt. Er is minder kans op latere ziekenhuisopnames door “water in de longen”. Mogelijks kan er een medicijn minder worden ingenomen, maar dit kan enkel op advies van je behandelende arts. Met een defibrillator ben je ook optimaal beschermd tegen de kwalijke gevolgen van de versnelde hartslag. Je kan nog hartkloppingen krijgen of flauw vallen, maar het toestel zal de ritmestoornis stoppen. Verdere opvolging gebeurt in de polikliniek, met 3- tot 6-maandelijkse consultaties. Ook telemonitoring kan helpen in de follow-up. Naargelang de intensiteit van gebruik kan de pacemaker of defibrillator batterij tot 8 jaar ondersteuning bieden. De regelmatige opvolging zal dan een vervanging van het toestel aankondigen.

Nazorg

Om infecties te vermijden moet de pleister enkele dagen de wonde bedekken, baden en douchen is de daarom eerste week verboden. Vermijd teveel bewegingen met de schoudergordel. Omdat de wonde vooral de eerste dagen gekneusd en pijnlijk kan aanvoelen, kan je indien nodig pijnstillers nemen, maar volg daarbij de aanbevolen dagelijkse dosis op. Belangrijk is de eerste weken goed je gewicht op te volgen: de resynchronisatie kan immers zorgen voor een flinke urineproductie. De dag na de implantatie wordt een controle longfoto gemaakt om de positie van de elektroden te controleren. Het toestel wordt de dag nadien gecontroleerd en geprogrammeerd door de cardioloog.

Je krijgt een identificatiekaart van je CRT-toestel. Zorg ervoor dat je deze kaart ALTIJD bij je hebt.

Afhankelijk van de reden tot plaatsing mag je na 1 of 3 maanden terug een voertuig besturen. Je arts zal je zeggen welke periode voor jou van toepassing is.

Indien je te dicht in de buurt van een magneet komt, geeft het toestel een geluid. Dit gaat van piepen tot het horen van een continue toon. Ga onmiddellijk bij het desbetreffende voorwerp of toestel vandaan en neem contact op met het hartcentrum.

Brochure

Centra & specialisaties

Cardiologie

Laatste publicatiedatum: 23/08/2021
Verantwoordelijk auteur: Dr. Provenier Frank