Wat is het?

Afhankelijk van de grootte, plaats en complexiteit van de poliep, kan de endoscopist kiezen voor de klassieke poliepresectie met lus, voor endoscopische submucosale dissectie (ESD) of voor piecemeal endoscopische mucosale resectie (EMR).

De keuze tussen ESD en EMR wordt steeds in overleg met je behandelend arts na overweging van vele factoren genomen.

Klassieke poliepresectie met lus

Dit is de eenvoudigste manier om een poliep te verwijderen. Hierbij wordt rond de poliep een metalen lusje gelegd dat dan aangespannen wordt, waardoor de poliep wordt afgesneden, al dan niet met behulp van elektrische stroom.

Deze techniek wordt gebruikt voor verwijdering van poliepen van maximaal 2cm. Bij grotere poliepen wordt gebruik gemaakt van ESD of EMR.

Endoscopische Submucosale Dissectie (ESD)

Om grote poliepen of kanker in een vroegtijdig stadium te verwijderen, kan worden gekozen voor Endoscopische Submucosale Dissectie (ESD). Dit kan zowel voor letsels in de slokdarm, maag als darm worden toegepast.

Deze techniek werd begin jaren 1990 in Japan ontwikkeld. Hij bestaat erin om het letsel met een millimetrisch electromesje ter hoogte van het slijmvlies los te snijden van de onderliggende spierlaag. Bij deze techniek wordt vocht geïnjecteerd in de ruimte tussen mucosa en de spierlaag zodat deze breder wordt. Daardoor kan de procedure veiliger en sneller verlopen.

Het grote voordeel van ESD is dat de poliep steeds in 1 stuk aan de anatoom patholoog kan worden aangeleverd. Dat maakt een zeer gedetailleerde diagnose mogelijk, waardoor aan de patiënt een correcte opvolging kan worden geboden.
Tegelijk wordt de kans op lokaal recidief kleiner : het letsel werd immers ‘en bloc’ verwijderd. Dit is vooral belangrijk bij een vermoeden van hooggradige dysplasie of carcinoom. Bij een significant percentage kan zo chirurgie worden vermeden.

De indicaties voor ESD zijn poliepen in slokdarm, maag of dikdarm, vanaf 20mm, waarbij verdenking op carcinomateuze ontaarding bestaat. Die carcinomateuze ontaarding moet zich wel nog een heel vroeg stadium bevinden (maximaal T1 tumor). De ervaren endoscopist kan het stadium inschatten aan de hand van de oppervlaktekarakteristieken van de poliepen.

Daarnaast kan ESD ook voor poliepen met belangrijke submucosale fibrose (littekenvorming), zoals bijvoorbeeld in context van recidief poliep na eerdere poliepectomie of in context van IBD, een veilige optie tot resectie betekenen.

Endoscopische Mucosale Resectie (EMR)

Om grote poliepen te verwijderen, kan ook gekozen worden voor Endoscopische Mucosale Resectie (EMR). Ook hier wordt een vloeistof geïnjecteerd tussen de poliep en de onderliggende spierlaag, waardoor de poliep veilig met een lis kan worden gevat. Daarna wordt de poliep doorgesneden en afhankelijk van de grootte kan dit in meerdere stukken gebeuren, zogenaamde ‘piecemeal EMR’. Het uiteindelijke resultaat is uiteraard dat er geen restpoliepweefsel ter plaatse meer kan worden gezien.

Het grote voordeel van deze procedure is dat de poliepverwijdering duidelijk sneller verloopt dan bij een ESD en er is minder kans op complicaties bestaat. Echter, in vergelijking met ESD zal hier de poliep veelal in verschillende stukjes moeten geanalyseerd worden, waardoor dit voor de patholoog een extra moeilijkheid kan betekenen. Daarnaast is er een hogere kans dat er toch nog microscopisch restjes van de poliep achterblijven, die dan terug gaan groeien.

Voorbereiding en verloop

  • Aangezien de resectie kan gebeuren tijdens een coloscopie of gastroscopie, vraag specifieke richtlijnen aan je arts voor de voorbereiding en toegelaten medicatie vóór het onderzoek.
  • Ingeval van overgevoeligheid voor latex of contrastkleurstof, gelieve dit te melden aan je arts.
  • Laat uitneembare tandprothesen op je kamer. Beschadiging van tanden (meer kans bij slecht gebit) is niet uitgesloten tijdens een endoscopie of een verdoving
  • De poliepresectie met ESD of EMR gebeurt veelal onder verdoving door een anesthesist;
  • Na een ESD of EMR wordt standaard 1 overnachting in het ziekenhuis voorzien. Afhankelijk van het verloop van de procedure, kan de arts toch beslissen je nog dezelfde dag naar huis te laten gaan.

Aandachtspunten

Bij twijfel of onduidelijkheid aarzel niet om meer uitleg te vragen!
Verwittig ons bij:

  • Zwangerschap
  • Allergie, overgevoeligheid of intolerantie (latex, Xylocaïne,…)
  • Stollingsproblemen of inname van bloedverdunners (Marevan, Sintrom, Marcoumar, Ticlid, Plavix, Xarelto, Pradaxa, Aspirine…)
  • Kunstklep of prothese: sommige patiënten moeten antibiotica krijgen voor en na een ingreep.
  • Epilepsie, diabetes, chronische hart -, long - en nieraandoeningen: vereisen specifieke aandacht voor de medicatie.

Veiligheid en hygiëne

Wij zijn een ervaren, goed opgeleid team uitgerust met moderne infrastructuur.

De verdoving wordt uitgevoerd door een anesthesist.

Het onderzoek gebeurt in een endoscopielokaal voorzien van alle noodzakelijke anesthesie apparatuur en endoscopiemateriaal.

Elke endoscoop wordt voor en na elk onderzoek grondig gereinigd en gedesinfecteerd in een automatische wasmachine met controle van de procedure. Onze desinfectie beantwoordt aan de Europese norm. Voor de poliepresectie wordt bijna uitsluitend wegwerpmateriaal gebruikt. Het materiaal dat meermaals bruikbaar is, wordt gereinigd en gesteriliseerd op de Centrale Sterilisatie van het ziekenhuis.

Mogelijke complicaties

Al naargelang de grootte van de poliep, het aantal poliepen verwijderd en de eventuele medicatie die je inneemt, kan na de procedure een bloeding optreden. Dit tot een tiental dagen na het onderzoek. Ook bestaat er een heel klein risico dat er een klein gaatje in de darm wordt gemaakt, dat veelal endoscopisch kan dichtgeclipt worden maar waarvoor soms wel een noodzaak is om langer in het ziekenhuis te blijven. Slechts in heel zeldzame gevallen is er een noodzaak tot nemen van bijkomende maatregelen. Gelukkig komen al deze complicaties zelden voor. Voor meer uitleg, contacteer je je arts.

Daarnaast kan je, na het onderzoek, kortstondig last hebben van lichte ongemakken hebben zoals keelirritatie, maaglast, winderigheid, opgeblazen buik, sufheid en draaiingen. Dit verdwijnt meestal spontaan.

Soms kan een flebitis optreden op de insteekplaats van het infuus (pijnlijke zwelling). Hiervoor krijg je eventueel zalf.

Na het onderzoek, neem contact op indien zich volgende klachten voordoen:

  • Aanhoudende hevige pijn
  • Koorts
  • Bloedverlies (rood of zwarte stoelgang)
  • Elke verontrustende klacht

Centra & specialisaties

Digestief Centrum

Laatste publicatiedatum: 02/02/2020
Verantwoordelijk auteur: Dr. Vanderstraeten Erik