Plaatsen van een knieprothese

Slijtage aan de knie

Het kniegewricht

Het kniegewricht wordt gevormd door 3 beenderen:

  • het dijbeen (femur)
  • de knieschijf (patella)
  • het scheenbeen (de tibia)

Het kniegewricht werkt als een complexe scharnier. Het is een belangrijk gewichtdragend gewricht, waarbij spieren, ligamenten, menisci en kraakbeen een belangrijke rol spelen. Het kraakbeen is verantwoordelijk voor een goede schokabsorptie en beweeglijkheid.

Wanneer kom je in aanmerking voor een knieprothese?

De meest voorkomende redenen om een knieprothese te krijgen zijn:

  • slijtage aan de knie (artrose);
  • fracturen;
  • reumatoïde artritis = een auto-immuunziekte die gekenmerkt wordt door acute en chronische ontstekingen van de gewrichten en omliggende steunweefsels;
  • aangeboren knieafwijkingen.
Knieprothese

Doel van de knieprothese

Het kniegewricht is bedekt met kraakbeen op het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. Die bedekking is mooi glad en enkele millimeters dik. Als het kraakbeen (de glijlaag van het gewricht) zwaar beschadigd of weggesleten is, wordt elke beweging pijnlijk.

Het doel van het plaatsen van de knieprothese is:

  • de pijn weg te nemen;
  • de stabiliteit van het kniegewricht te verbeteren;
  • de mobiliteit en functionaliteit te verbeteren.

Totale knieprothese

Tijdens een totale knieprothese worden het zieke kraakbeen, de menisci (kraakbeenschijven) en de kruisbanden verwijderd en vervangen door een prothese. De knieprothese bestaat uit twee metalen componenten met tussenin een plastieken (polyethyleen) gedeelte. Het huidige type dat geplaatst wordt noemt men ook wel
glijdingsprothese of oppervlakte prothese.

De operatie verloopt meestal volgens hetzelfde schema. De patiënt wordt in de operatiezaal geïnstalleerd en het nodige materiaal klaargelegd. Soms wordt een knelband aangelegd rond de dij om geen bloedverlies te hebben tijdens de ingreep. De operatie gebeurt onder strikte steriliteit om het infectierisico zo laag mogelijk te maken.

De knie wordt meestal opengemaakt met een centrale incisie (insnede). De spieren en ligamenten ter hoogte van de knie worden zoveel mogelijk gespaard. Het zieke kraakbeen wordt weggefreesd ter hoogte van het boven- en onderbeen. Vervolgens wordt een proefprothese geplaatst. Er wordt nauwkeurig afgemeten of de prothese past op het bot.

Het is belangrijk dat er een goede allignatie (verschillende onderdelen die zich op de juiste manier verhouden ten opzichte van elkaar) en een goede stabiliteit is van de knie. Dan pas wordt de definitieve prothese geplaatst en gefixeerd door middel van cement.

Voor het sluiten van de wonde wordt er lokaal nog pijnstilling geïnjecteerd (LIA = lokale infiltratie anesthesie). De wonde wordt gehecht met haakjes en steriel afgedekt met een absorberend en huidvriendelijk verband. De gemiddelde duur van de ingreep ligt om en bij het uur.

Voor meer info en eventuele video opnames omtrent de ingreep kan je steeds terecht bij je behandelende arts.

Mogelijke complicaties

Er kunnen complicaties optreden na de ingreep. Je orthopedisch chirurg zal zoveel mogelijk doen om het risico op verwikkelingen te minimaliseren.

  • Nabloeden: wat aanleiding kan geven tot een hematoom.
  • Koorts: kan optreden tot enkele dagen na de operatie.
  • Infectie: je zal antibiotica toegediend krijgen om infectie te voorkomen.
  • Flebitis, diepe veneuze trombose en longembolieën: je zal de gepaste anticoagulantia krijgen (= antistollingsmedicatie).
  • Zenuwletsel: de kans hierop is echter zeer klein.
  • Verstijving van de knie: het opnieuw leren plooien van de knie verloopt soms minder vlot, een mobilisatie onder narcose kan wenselijk zijn.

De levensduur van een prothese hangt van verschillende factoren af: zwaarlijvigheid en overbelasting kunnen het slijtageproces versnellen. Wanneer de knieprothese versleten is, zal die moeten vervangen worden. Met de huidige prothesen en operatietechnieken zou de prothese bij normaal gebruik 15 à 20 jaar kunnen functioneren, mogelijk zelfs levenslang.

Voorbereiding operatie

Preoperatieve consultatie bij huisarts

Preoperatieve onderzoeken worden door de huisarts uitgevoerd. Er wordt meestal een ECG (= elektrocardiogram, of een filmpje van je hart) gemaakt. Er wordt een bloedafname en, indien nodig een RX-thorax (een röntgenfoto van de longen) genomen. In overleg met de huisarts moet je minstens één week stoppen met het innemen van bloedverdunnende medicatie (zoals Marevan, Plavix, Sintrom, Ticlid, Marcoumar …). Je huisarts beslist welke medicatie je ter vervanging krijgt.

Voorbereiding ontslag

Je verblijf in het ziekenhuis is relatief kort. Indien je vermoedt dat je ontslag problemen kan veroorzaken, stellen we voor dat zo snel mogelijk met je behandelende arts te bespreken en de sociale dienst van het ziekenhuis vóór je opname in het ziekenhuis te contacteren. De sociale dienst zal dan tijdig en samen met jou en eventueel je familie, zoeken naar een gepaste oplossing zodat je ontslag vlot kan verlopen. De sociale dienst beschikt over uitgebreide informatie over zorg- en dienstverlening.

Soms is het noodzakelijk een herstelverblijf of een revalidatiecentrum te voorzien na ontslag. Dat dient tijdig voorbereid te worden. Naast de afdeling prothesechirurgie is
een revalidatieafdeling aanwezig in AZ Maria Middelares waar je terecht kan wanneer je meer revalidatietijd nodig hebt. Je kan de sociale dienst bereiken via het algemeen
telefoonnummer van AZ Maria Middelares: 09 246 46 46.

Opname

Wat breng je mee naar het ziekenhuis?

  • De resultaten van de onderzoeken die in je bezit zijn (RX, ECG en bloeduitslag).
  • Krukken (deze kun je huren bij de uitleendienst van je mutualiteit of bij een thuiszorgorganisatie).
  • Gesloten aangepast schoeisel met een brede hak, die goede steun geven en voldoende ruim zitten. Hou er rekening mee dat je been of voet na de operatie tijdelijk kan zwellen.
  • Huidige medicatielijst.
  • Thuismedicatie in de oorspronkelijke verpakking.
  • Je identiteitskaart en bloedgroepkaart.
  • Slaapkledij en toiletgerief.
  • Waardevolle voorwerpen laat je best thuis.
  • Formulieren van je hospitalisatieverzekering.
  • Formulieren voor werkonbekwaamheid.

Opnamedag

Op de opnamedag verwacht men je op het afgesproken uur aan de inschrijvingsbalie van het AZ Maria Middelares.

Je krijgt een zorgbandje dat je tijdens je verblijf zal dragen. Een medewerker van de opnamedienst zal je begeleiden naar de verpleegafdeling prothesechirurgie D501. Een verpleegkundige zal je ontvangen en naar de kamer begeleiden. Hij/zij zal je ook de nodige informatie verstrekken omtrent je verblijf en de anamnese afnemen. Het is wenselijk dat je de operatiestreek de dag voor de opname scheert.

Je komt nuchter naar het ziekenhuis. Dit betekent dat je niet meer mag eten, drinken en roken vanaf het tijdstip dat je arts met je afsprak. Hij informeert je ook over de inname van je dagelijkse medicatie op de dag van opname. Roken heeft tijdens de verdoving een slechte invloed op je ademhaling en later ook op de botingroei met de prothese. Roken is bovendien verboden in het ziekenhuis. Voor de operatie is het belangrijk om je contactlenzen of bril, kunstgebit, gehoorapparaat, nagellak, make-up en piercings te verwijderen.

Als de verpleegkundige van de afdeling een telefonische melding krijgt dat je op het operatiekwartier verwacht wordt, zal hij/zij je verwittigen en je helpen om het operatiehemdje aan te trekken.

De operatie

Voordat je verdoofd wordt komt de orthopedische chirurg en de anesthesist bij je langs. Stel zeker de vragen die je nog hebt over de verdoving of operatie.

De totale knieoperatie duurt ongeveer één uur en wordt uitgevoerd terwijl je onder verdoving bent. Er zijn twee vormen van verdoving: de algemene verdoving
(narcose) en de lokale verdoving (ruggenprik). Meestal vindt de operatie plaats onder lokale verdoving gecombineerd met een lichte algemene verdoving.

De zorg vóór de operatie, de operatie zelf en de tijd in de ontwaakzaal kan oplopen tot vier uur. Als je goed wakker bent, de pijn onder controle is, je parameters (bloeddruk, pols, ademhaling, pijnregistratie ...) behoorlijk zijn, word je terug naar de verpleegafdeling gebracht.

Na de operatie heb je:

  • Een infuus: een dun soepel buisje dat wordt ingebracht in een bloedvat om je voldoende vocht, pijnmedicatie en antibiotica te kunnen toedienen.
  • Soms een neusbrilletje waarlangs zuurstof wordt toegediend.
  • Soms een redon: een katheter die in de wonde wordt geplaatst om weefsel, vocht en bloed af te voeren.
  • Soms een knieblok waarin het geopereerde been rust.

Pijnregistratie

Na de operatie stelt het medisch en verpleegkundig team alles in het werk om je pijn te behandelen. Op onze verpleegafdeling wordt de pijn geregistreerd. Zo krijgen wij een beter inzicht van de intensiteit van de pijn. Uitleggen hoeveel pijn je hebt, is echter niet zo evident. Het geven van een cijfer tussen 0 en 10 kan ons daarbij helpen. Er wordt op de afdeling gebruik gemaakt van een visueel analoge schaal waarbij 0 geen pijn is en 10 heel veel pijn.

Als je algemene toestand het toelaat, mag je even uit bed komen en in de zetel gaan liggen. Dat gebeurt onder begeleiding van een verpleegkundige of ergotherapeut, met behulp van krukken.

Nazorg en herstel

Dag van de operatie

Als je terug op de verpleegafdeling komt, mag je drinken en eten (een licht verteerbare broodmaaltijd) zodra je dat kan. Het is mogelijk dat je je misselijk voelt of moet braken. De verpleegkundige geeft je dan de nodige medicatie. Je thuismedicatie kan worden herstart op advies van de arts.

De dag van de operatie mag je geen slaapmedicatie innemen. Je verband en parameters worden de eerste twaalf uur, om de vier uur gecontroleerd en geregistreerd. Je zal regelmatig een ijszak aangeboden krijgen om ter hoogte van de operatiestreek aan te brengen. Dat om de pijn te verzachten en de zwelling te minimaliseren.

De volgende dagen

De dag na de operatie wordt je infuus en eventueel redon verwijderd. De verpleegkundige zal je helpen bij het ochtendtoilet en zal je uit bed helpen. Je verband wordt dagelijks nagekeken, het wordt enkel vervangen als het volledig verzadigd is (doordrongen met wondvocht of bloed). Tijdens je verblijf zal de ergotherapeut en kinesist dagelijks (behalve op zondag) met jou een revalidatieprogramma doorlopen om volgende concrete doelstellingen te bereiken:

  • Je zelfstandig kunnen verplaatsen: in en uit het bed, naar het toilet gaan ...
  • Op een veilige en correcte manier kunnen stappen met een looprek of krukken.
  • Op een veilige manier de trap op en af te kunnen lopen.

Oefeningen zijn noodzakelijk voor een goede genezing en om je mobiliteit en kracht in je knie terug te krijgen. De kinesist en ergotherapeut starten met de revalidatie in het ziekenhuis en je krijgt oefeninstructies en adviezen mee naar huis.

Ontslag

Twee à drie dagen na de operatie ben je klaar om naar huis te gaan. Dat is afhankelijk van de aard van de ingreep, de genezing van je wonde, je algemeen herstel en revalidatie. Sommige mensen gaan echter tijdelijk naar een revalidatieafdeling. Bij iedere patiënt wordt een controlefoto van de geopereerde knie genomen. Dit kan bij ontslag gebeuren.

De dag van ontslag wordt meestal (afhankelijk van de behandelende orthopedist) je wondnaad verzorgd en het verband vernieuwd.

Je mag douchen met het verband maar geen bad nemen. Indien het verband niet loskomt mag het ter plaatse blijven tot de huisarts de hechtingen zal verwijderen. Mocht je wonde toch nog vocht afgeven kan je een voorschrift voor thuiszorg meekrijgen naar huis.

Bij je ontslag krijg je volgende documenten mee:

  • een ontslagbrief voor de huisarts, afhankelijk van je behandelende orthopedist;
  • een voorschrift voor de thuisverpleging (indien nodig);
  • een geneesmiddelenvoorschrift;
  • een afspraak of uitnodiging voor de eerste controle/consultatie, ongeveer zes weken na de ingreep;
  • een voorschrift voor het volgen van kinesitherapie;
  • een medicatielijst.

Contacteer de behandelende orthopedist bij optreden van één of meerdere van volgende symptomen:

  • plots opkomende, onhoudbare pijn;
  • koorts;
  • lekkende wonde meer dan 10 dagen na de operatie;
  • roodheid, pijn en warmte ter hoogte van de wondnaad;
  • kortademigheid;
  • pijn ter hoogte van de kuit;
  • etterige en slecht ruikende afscheiding uit de wondnaad.

Tips voor thuis

  • Bij het aankleden kun je het best beginnen met het geopereerde been. Bij het uitkleden, begin je met het niet-geopereerde been.
  • Je luistert best naar je lichaam: pijn of last betekent dat je het beter wat rustiger aan doet.
  • Je moet mogelijke infecties (vb.: van de urinewegen, longen, huid, gebit ...) steeds onmiddellijk laten behandelen. Raadpleeg hiervoor je arts, zeker indien je koorts hebt.
  • Er worden best geen inspuitingen gegeven in de buurt van je geopereerde knie.

De inhoud van deze website is slechts een leidraad. Het doel ervan is je zo goed mogelijk te informeren over het plaatsen van een kunstknie. Het is echter mogelijk dat je nog vragen hebt. Neem dan gerust contact op met de verpleegkundigen van de verpleegafdeling of je behandelende orthopedist.

Centra & specialisaties

Orthopedie en traumatologie

Laatste publicatiedatum: 20/01/2020
Verantwoordelijk auteur: Dr. Desmyter Stefan