Symptomen en oorzaken

Wat is het?

Een delier is een plotseling optredende verwardheid. Deze verwardheid is een tijdelijke toestand. Als de lichamelijke toestand verbetert, neemt de verwardheid af. De periode van verwardheid kan variëren van enkele uren tot enkele dagen en soms zelfs enkele weken.

Symptomen

De volgende symptomen zijn kenmerkend voor een delier:

  • In gesprekken lijkt niet alles door te dringen. De patiënt lijkt minder bewust en kan de aandacht er niet bij houden.
  • De patiënt is soms onrustig en kan niet stil zitten. Hij kan daarbij overmatig zweten en plots beginnen beven.
  • Het geheugen functioneert minder goed. Iets wat je net hebt verteld, kan even later weer vergeten zijn.
  • De patiënt ziet dingen die er in werkelijkheid niet zijn. Dit kunnen bekende personen zijn, maar ook bijvoorbeeld voorwerpen of dieren. Ook word je soms niet herkend of voor iemand anders aanzien.
  • De patiënt kan angstig worden en vanuit die angst soms agressief reageren.

Al deze verschijnselen zijn niet voortdurend even duidelijk aanwezig. Vooral ‘s avonds en ’s nachts kan de verwardheid toenemen.

Mogelijke oorzaken

Een delier kan verschillende oorzaken hebben. De meest bekende is overmatig drankgebruik (ontwenningsverschijnselen).

Maar ook iemand die nooit alcohol drinkt, kan een delier krijgen. De voornaamste oorzaken zijn:

  • grote operatie;
  • hart- of longziekten;
  • ontstekingen;
  • stoornissen in de stofwisseling;
  • het plots stoppen van alcohol, drugs of geneesmiddelen.

Een hersenschudding, medicatiegebruik, stress, koorts en angst kunnen bijdragen aan het ontstaan of verergeren van een delier. Oudere patiënten hebben een groter risico om een delier te ontwikkelen.

Diagnose en behandeling

De arts en de gezondheidswerkers proberen zo snel mogelijk de oorzaken van het delier vast te stellen en deze te behandelen. Om de verschijnselen van een delier te verminderen, worden soms medicijnen gegeven. Om te voorkomen dat de patiënt uit bed valt of infuusslangen verwijdert, wordt de patiënt soms gefixeerd. Deze beslissing tot fixatie moet af en toe snel gebeuren. Vooraf of nadien kan je daarover steeds overleggen met de verpleegkundige of met de arts.

Tips voor je bezoek aan iemand met een delier

  • Als je op bezoek komt en de patiënt reageert ongewoon, zeg dan wie je bent en wat je komt doen. Herhaal dit zonodig.
  • Geef uitleg waarom hij/zij opgenomen is in het ziekenhuis. Bijvoorbeeld: 'Je bent gisteren aan je heup geopereerd'.
  • Plaats een kalender in de kamer. Noem de dag en de plaats.
  • Spreek in duidelijke korte zinnen.
  • Stel eenvoudige vragen. Bijvoorbeeld: 'Heb je lekker geslapen?'
  • Het is beter voor de patiënt dat je niet meegaat in de waanideeën of de dingen die hij ziet of hoort, maar die er niet zijn. Spreek niet tegen, maar maak wel duidelijk dat je waarneming anders is. Heeft dit geen effect, beëindig dan je pogingen. Blijf rustig.
  • Bezoek is belangrijk, maar liever niet teveel mensen tegelijk. Ga ook aan één kant van het bed zitten. Dit werkt minder verwarrend. Ga niet fluisteren, dit wekt namelijk achterdocht.

Al de informatie op deze pagina kan je ook nalezen in onderstaande brochure:

Behandelende centra & specialisaties

Laatste publicatiedatum: 18/11/2020
Verantwoordelijk auteur: Dr. Raemdonck Jan