Onderzoeken & behandelingen

Intracompartimentele drukmeting

Wanneer we een compartimentsyndroom vermoeden, kunnen we een intracompartimentele drukmeting uitgevoerd worden.

Een compartiment (of loge) bestaat uit spierbundels en wordt omgeven door een omhulsel (de fascia). Wanneer de druk te hoog wordt in de loge, ontstaat een compartimentsyndroom. Deze druk in de compartimenten meten we via een drukmeting. Meestal ontstaat dit ter hoogte van het onderbeen, hier zijn vier loges aanwezig die aangeprikt kunnen worden.

Bij een acuut compartimentsyndroom (bijvoorbeeld na intensieve inspanning waardoor de spieren fors zwellen of na een forse spierbloeding na trauma) kan de druk heel snel oplopen. Dit komt doordat het spieromhulsel (de fascia) minder goed kan uitzetten. Hierdoor kunnen de zenuwen, bloedvaten en spieren erg gekneld geraken en dient snel een fasciotomie (doorsnijden van het omhulsel) uitgevoerd te worden om de druk in de loge opnieuw te herstellen.

Bij een chronisch compartiment syndroom (CECS – chronic exertional compartment syndrome) gebeurt de verhoging in de loge sluimerend. Typisch ontstaan klachten na een bepaalde tijdsperiode bij een bepaalde inspanning, en verdwijnen de klachten in rust. Vaak is er een onderliggende biomechanische factor waardoor de spier steeds overbelast geraakt. Een gang- of loopanalyse kan dan nuttig zijn om dit op te sporen.

Tijdens een drukmeting voeren we een meting uit in rust en een na maximale inspanning om te kijken of de druk in de loge significant verhoogd. Hierbij prikken we met een naald in de loge en lezen we de druk af met fysiologisch water via een apparaat. Bij druk in rust boven 20mmHg en bij inspanning boven 30 mmHg is er vermoedelijk een chronisch compartimentsyndroom aanwezig.

Centra & specialisaties

Centra & specialisaties

Laatste publicatiedatum: 28/06/2022