Wat is het?

De belangrijkste functie van het hoornvlies is het doorlaten en bundelen van licht op het netvlies. Als het hoornvlies troebel wordt of vervormd is door een ziekte of een ongeval, wordt de lichtinval op het netvlies verstoord. Dit heeft dan ook gevolgen voor het zicht uit dat oog. In dergelijke gevallen kan een hoornvliestransplantatie nodig zijn.

Een hoornvliestransplantatie is een operatie waarbij een deel van het zieke of vervormde hoornvlies van de patiënt verwijderd wordt. Het wordt daarna vervangen door een overeenkomstig stukje gezond hoornvlies van een donor. De transplantatie wordt meestal uitgevoerd om het zicht te verbeteren. Soms kan het ook dienen om pijn te verminderen of om de structuur van de oogbol te bewaren, bijvoorbeeld na een scheur in het hoornvlies.

De arts beslist welk type transplantatie voor jou de beste oplossing is:

  • penetrerende keratoplastie (PKP): het hoornvlies wordt over de volledige dikte (d.w.z. alle lagen) vervangen.
  • endotheliale transplantatie (DSAEK): enkel het zieke, binnenste deel (= endotheel) van het hoornvlies wordt vervangen.

Als er beslist wordt om een transplantatie uit te voeren, word je op een wachtlijst geplaatst. Het kan immers een tijdje duren voor een goed donorhoornvlies beschikbaar is. De wachttijd bedraagt gemiddeld 6 maand tot soms een jaar (in uitzonderlijke gevallen).

Hoe verloopt het?

Het donorhoornvlies, ook wel cornea greffe genoemd, is afkomstig van een overleden persoon. Het hoornvlies wordt tot net voor de inplanting bewaard in de oogbank van ons ziekenhuis. Elk donorhoornvlies wordt grondig gecontroleerd op besmettelijke ziekten zoals AIDS en geelzucht (hepatitis B en C). Daarnaast worden verschillende onderzoeken gedaan om de kwaliteit van het hoornvlies te evalueren. Leeftijd van de donor is slechts één factor. In principe is het niet nodig om donor en ontvanger (patiënt) te matchen naar HLA-typering (zoals wel gebeurt bij een hart- of niertransplantatie).

Een hoornvliestransplantatie wordt meestal uitgevoerd onder algemene verdoving. De operatie gebeurt met behulp van een operatiemicroscoop. Het binnenste, zieke gedeelte van het hoornvlies wordt verwijderd via een heel kleine opening. Daarna brengt men via een andere opening (sneetje van 5 mm) het overeenkomstig deel van het donorhoornvlies in het oog. De donorgreffe wordt ter plaatse gehouden door het inbrengen van een luchtbel. Je moet plat op de rug blijven liggen en de luchtbel duwt het donorstukje tegen je eigen hoornvlies aan, waardoor beide aan elkaar gaan kleven (zoals twee glazen platen). Er worden heel fijne draadjes gebruikt om de openingen/sneetjes dicht te maken. De hoornvliestransplantatie zelf duurt ongeveer 1 uur.

Resultaat

Afstoting van het donorhoornvlies kan altijd voorkomen, ook jaren na de ingreep. De kans op afstoting is het kleinst in de eerste zes maanden na de operatie en het hoogst zes maand tot twee jaar na de operatie. Alarmsignalen die wijzen op afstoting zijn:

  • een rood oog
  • plotse vermindering van het zicht
  • toegenomen gevoeligheid voor (fel) licht
  • plotse pijn in het oog

Als je een of meerdere signalen waarneemt, moet je zo snel mogelijk telefonisch - dus niet via e-mail - contact opnemen met de dienst oogheelkunde (09 246 87 00) of naar de spoedopname (09 246 98 00) komen. Je moet in elk geval binnen de 24 uur naar het ziekenhuis te komen. Vermeld steeds dat je een hoornvliestransplantatie ondergaan hebt en dat je last hebt van een of meerdere alarmsymptomen.

Voor bijkomende vragen kan je steeds terecht bij je behandelend arts.

Brochures

Meer informatie over o.a. de genezing, de risico's en complicaties van een hoornvliestransplantie vind je in onderstaande brochures.

Centra & specialisaties

Oogziekenhuis

Laatste publicatiedatum: 13/03/2020
Verantwoordelijk auteur: Dr. Vanwynsberghe David