Onderzoeken & behandelingen

Doelgerichte kankertherapie

Doelgerichte kankertherapie is een verzamelnaam voor allerlei soorten antikankermedicatie die niet behoren tot klassieke chemotherapie of antihormonale therapie, en die op een of andere manier ‘gericht’ tumorcellen aanvallen. Andere namen zijn:

  • Targeted therapy
  • Gerichte therapie
  • Moleculaire therapie
  • Doelgerichte moleculaire therapie
  • Moleculaire doelgerichte behandeling

Heel wat doelgerichte behandelingen vallen specifieke ‘tumorfouten’ aan. Aan de hand van DNA-onderzoek van kankercellen (ook moleculair onderzoek genoemd) kan de arts nagaan of er in de kankercellen sprake is van bepaalde mutaties (veranderingen in het DNA). Ze kunnen de oorzaak zijn dat kankercellen blijven groeien en delen. Doelgerichte therapie kan deze processen remmen.

Daarnaast zijn er vele andere manieren waarop antikankertherapie ‘doelgericht’ kan werken, bv. door bloedvaten of eiwitten op de celwand van kankercellen (receptoren) aan te vallen of bepaalde eiwitten binnen kankercellen te remmen.

Doelgerichte therapie remt de signalen waardoor kankercellen kunnen groeien. Daarom heten de medicijnen vaak ‘remmers’.

Toepassing doelgerichte therapie

Een heel aantal doelgerichte medicijnen maken deel uit van de standaardbehandeling voor bepaalde kankers, waaronder borstkanker, dikkedarmkanker, eierstokkanker, GIST-tumoren, leukemie, longkanker, Hodgkin- en non-Hodgkinlymfomen, maagkanker, melanoom, multipel myeloom, NET-tumoren, nierkanker en slokdarmkanker.

Om in aanmerking te komen voor doelgerichte medicijnen moet de tumor meestal bepaalde kenmerken hebben. Voor doelgerichte therapie tegen specifieke mutaties is vooraf DNA-onderzoek nodig om in te schatten of doelgerichte therapie kan aanslaan.

Vaak wordt een doelgerichte therapie gecombineerd met andere behandelingen zoals chirurgie, chemotherapie of radiotherapie of andere doelgerichte behandelingen.

Toediening doelgerichte therapie

Bepaalde doelgerichte medicijnen worden intraveneus of onderhuids toegediend, andere worden in pilvorm toegediend.

Soorten doelgerichte therapie

Vaak gebruikte ‘doelgerichte’ therapieën zijn:

ALK-remmers: remmen bij bepaalde kankers (vooral longkanker) de groei van kankercellen als er een afwijking in het ALK-gen is vastgesteld. Voorbeelden van ALK-remmers zijn alectinib (merknaam Alecensa), ceritinib (Zykadia) en crizotinib (Xalkori).

Angiogeneseremmers: gaan de vorming van bloedvaten in en rond de tumor tegen. Als er minder bloedvaten zijn, gaat er minder bloed en dus minder zuurstof en voedingsstoffen naar de tumor. Zo groeit de tumor minder hard, stopt hij met groeien of wordt hij kleiner. Voorbeelden van angiogeneseremmers zijn axitinib (merknaamInlyta), bevacizumab (Avastin), pazopanib (Votrient), ramucirumab (Cyramza), sorafenib (Nexavar) en sunitinib (Sutent).

BCL2-remmers: blokkeren bij bepaalde soorten bloedkanker (o.a. chronische lymfatische leukemie) een specifiek eiwit (BCL2) dat kankercellen helpt om te overleven. Een voorbeeld van een BCL2-remmer is venetoclax (Venclyxto).

BRAF-remmers: remmen bij bepaalde kankers (vooral melanoom) de groei van kankercellen als er een afwijking in het BRAF-gen is vastgesteld. Voorbeelden van BRAF-remmers zijn vemurafenib (merknaam Zelboraf) en dabrafenib (Tafinlar). BRAF-remmers worden ook BRAF-inhibitoren genoemd.

BTK-remmers: blokkeert bij bepaalde soorten bloedkanker (o.a. chronische lymfatische leukemie) een specifiek eiwit (BTK) dat kankercellen helpt om te overleven. Een voorbeeld van een BTK-remmer is ibrutinib (merknaam Imbruvica).

CD30-remmers: blokkeren bij bepaalde soorten bloedkanker (o.a. Hodgkinlymfoom) een specifiek eiwit (CD30) dat kankercellen helpt om te overleven. Een voorbeeld van een CD30-remmer is brentuximabvedotin (merknaam Adcetris).

CD38-remmers: blokkeren bij bepaalde soorten bloedkanker (o.a. multipel myeloom) een specifiek eiwit (CD38) dat kankercellen helpt om te overleven. Een voorbeeld van een CD38-remmer is daratumumab (merknaam Darzalex).

CDK4/6-remmers: remmen bij bepaalde kankers (vooral borstkanker) de deling van de kankercellen af. Dit vertraagt de groei en verspreiding van de kankercellen. Voorbeelden van CDK4/6-remmers zijn abemaciclib (merknaam Verzenios), palbociclib (Ibrance) en ribociclib (Kisqali).

EGFR-remmers: blokkeren een specifiek eiwit op de celwand van kankercellen (EGFR) dat een rol speelt bij het ontstaan van bepaalde kankers. Voorbeelden van EGFR-remmers zijn afatinib (merknaam Giotrif), cetuximab (Erbitux), erlotinib (Tarceva), gefitinib (Iressa) en osimertinib (Tagrisso). EGFR-remmers worden ook EGFR-inhibitoren genoemd.

HER2-remmers: blokkeren bij bepaalde kankers (vooral borstkanker) een specifiek eiwit (HER2) op de celwand van kankercellen. Daardoor kan de tumorcel niet meer delen en sterven de kankercellen af. Voorbeelden van HER2-remmers zijn lapatinib (Tyverb), pertuzumab (Perjeta) en trastuzumab (merknaam Herceptin). HER2-remmers worden ook HER2-inhibitoren genoemd.

mTOR-remmers: remmen bij bepaalde kankers (vooral nierkanker en borstkanker) het mTOR-eiwit waardoor tumorcellen stoppen met delen. Voorbeelden van mTOR-remmers zijn everolimus (merknaam Afinitor) en temsirolimus (Torisel). mTOR-remmers worden ook celcyclus-remmers genoemd.

PARP-remmers: blokkeren een specifiek eiwit (PARP) dat kankercellen gebruiken om schade aan hun DNA te herstellen. Voorbeelden van PARP-remmers zijn niraparib (merknaam Zejula), olaparib (Lynparza), rucaparib (Rubraca) en talazoparib (Talzenna). PARP-remmers worden ook PARP-inhibitoren of polymerase-inhibitoren genoemd.

Proteasoomremmers: blokkeren bij multipel myeloom (een soort beenmergkanker) een specifiek eiwit (proteasoom) waardoor de kwaadaardige cellen stoppen met delen en de gezonde cellen weer normaal beginnen te delen. Voorbeelden van proteasoomremmers die gebruikt worden bij multipel myeloom zijn bortezomib (merknaam Velcade), carfilzomib (Kyprolis) en ixazomib (Ninlaro). Proteasoomremmers worden ook proteasoominhibitoren genoemd.

Tyrosinekinaseremmers: blokkeren bij bepaalde soorten bloedkanker (o.a.chronische myeloide leukemie) en bij gastro-intestinale stromale tumoren (GIST) een specifiek eiwit (tyrosinekinase) dat kankercellen helpt om te overleven. Voorbeelden van tyrosinekinaseremmers zijn bosutinib (merknaam Bosulif), dasatinib (Sprycel), imatinib (merknaam Glivec), nilotinib (Tasigna) en ponatinib (merknaam Iclusig). Tyrosinekinaseremmers worden ook tyrosinekinase-inhibitoren genoemd.

Bijwerkingen

Over het algemeen hebben doelgerichte medicijnen minder en andere nevenwerkingen dan bijvoorbeeld chemotherapie. Ze richten zich specifieker op de kwaadaardige cellen zodat gezond weefsel gespaard kan worden.

Bij doelgerichte therapie verschillen de bijwerkingen per medicijn en zijn ze afhankelijk van jouw conditie en lichaam.

De ernst en frequentie van bijwerkingen verschillen van product tot product. Enkele voorbeelden zijn diarree, verminderde eetlust, acneachtige huiduitslag en vermoeidheid. Bespreek de bijwerkingen met jouw behandelend arts die je raad kan geven hoe je er het best mee omgaat.

Bron: https://www.allesoverkanker.be/doelgerichte-therapie en kanker.nl

Laatste publicatiedatum: 03/11/2021