Symptomen en oorzaken

Wat is het?

Multiple sclerose (MS) is een chronische ziekte van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg). De naam 'multiple sclerose' verwijst naar de diverse onstekingshaarden in het centraal zenuwstelsel, meer bepaald ter hoogte van de myeline.

Myeline is een soort isolatielaag rond de zenuwcellen die zorgt voor een goede geleiding van de zenuwprikkels. Multiple sclerose is een auto-immuunziekte: er treden ontstekingen op ter hoogte van de myeline door een abnormale werking van het eigen immuunsysteem. Nieuwe ontstekingsletsels kunnen opflakkeringen (ook wel opstoten genoemd) veroorzaken.

Aanvankelijk kan het zenuwstelsel nog vrij goed herstellen van deze opflakkeringen, na een zekere periode kan er echter blijvende schade optreden.

Oorzaken

De precieze oorzaak van multiple sclerose is onbekend. Wellicht spelen meerdere factoren een rol in de ontwikkeling van multiple sclerose. Erfelijkheid is van belang: in de algemene bevolking is de kans op multiple sclerose 1/1000 (10 tot 15 000 personen in België), wanneer er in de directe familie (bijvoorbeeld eerste graad) multiple sclerose voorkomt is de kans om zelf de ziekte te ontwikkelen ongeveer 2%.

Ook bepaalde virussen, een tekort aan vitamine D en roken blijken een rol te spelen in het ontstaan van multiple sclerose. Verder blijkt dat vrouwen frequenter getroffen zijn dan mannen. Het precieze mechanisme waarom de ene persoon wel en de andere geen multiple sclerose krijgt is echter niet precies gekend. Evenmin als de reden waarom bij de ene persoon de ziekte een veel milder verloop kent dan bij de andere.

De ziekte wordt meestal ontdekt bij jongvolwassenen tussen het 20ste en 40ste levensjaar, maar multiple sclerose komt ook voor op kinderleeftijd en kan ook pas na het 50ste levensjaar voor het eerst problemen geven.

Symptomen

Met welke symptomen multiple sclerose zich openbaart, hangt af van de plaats van de ontstekingsreactie in het centraal zenuwstelsel. Krachtsverlies, tintelingen, minder vlotte bewegingen, wazig of dubbelzicht komen vaak voor. Meestal later in de ziekte kunnen symptomen optreden als:

  • depressie
  • dubbelzien
  • geheugen- en concentratiemoeilijkheden
  • pijn
  • seksuele problemen
  • vermoeidheid
  • ...

Meestal kent multiple sclerose in het begin van de ziekte een verloop met opflakkeringen (opstoten) waarbij de schade in het zenuwstelsel nog wordt hersteld. De klacht verdwijnt dan na enkele weken. Er is dan sprake van een ’relapsing-remitting multiple sclerose’.

Gaandeweg wordt de schade die veroorzaakt wordt door de ontstekingen moeilijker te herstellen en treedt een blijvende verslechtering op en zelfs een geleidelijke achteruitgang van de klinische toestand. Deze laatste fase wordt ook wel ‘secundair progressieve multiple sclerose’ genoemd. Het is individueel heel verschillend wanneer deze fase start.

Bij een kleine groep van mensen gaat de ziekte meteen gepaard met een geleidelijke, continue achteruitgang zonder duidelijke aanvallen en eventueel herstel. In dat geval spreken we van ‘primair progressieve multiple sclerose’.

Diagnose en behandeling

Diagnose

Als multiple sclerose wordt vermoed aan de hand van het klinisch verhaal en het lichamelijk onderzoek wordt er altijd een NMR (nucleaire magnetische resonantie) scan van de hersenen en het ruggenmerg verricht. Het centraal zenuwstelsel kan aldus gedetailleerd in beeld gebracht worden en eventuele ontstekingshaarden ontdekt.

Vaak gebeurt ook een ruggenprik (lumbaal punctie), waarbij een kleine hoeveelheid vocht dat rond de hersenen en ruggenmerg circuleert via een dunne naald onderaan de rug opgevangen wordt. Dat vocht wordt dan onderzocht op tekenen van ontstekingen die kunnen wijzen in de richting van multiple sclerose. Vaak gebeurt ook een bloedonderzoek, in de eerste plaats om andere ziekten uit te sluiten. Ook opgewekte potentialen kunnen nuttig zijn in de diagnostiek en opvolging van multiple sclerose. Hierbij wordt de reactie van het centraal zenuwstelsel gemeten op diverse zintuiglijke prikkels.

Behandeling

Bij een opflakkering (opstoot) wordt vaak cortisone in hoge dosis gegeven in de hoop de klinische verschijnselen sneller te laten verdwijnen.

De laatste jaren is er een forse toename geweest van medicatie die de kans op nieuwe opstoten bij multiple sclerose sterk vermindert. Deze producten verminderen wellicht ook op termijn de blijvende handicap.

Deze middelen zijn onder te verdelen in zogenaamde eerstelijns- en tweedelijnsmiddelen. Eerstelijnsmedicatie wordt meestal als eerste gegeven; wanneer deze onvoldoende werkzaam blijkt of bij agressieve vormen van multiple sclerose kan overgegaan worden naar een tweedelijnsbehandeling.

Er bestaan zowel per orale vormen van medicatie als via subcutane, intraveneuze of intramusculaire toediening.

In ieder geval is een regelmatige opvolging (klinisch onderzoek, NMR, labo) nodig om de evolutie van de ziekte te observeren en eventuele bijwerkingen van de medicatie snel op het spoor te komen.

Naast deze medicatie die het verloop van de ziekte kan verbeteren, kunnen blijvende klachten worden aangepakt met:

  • ergotherapie en psychologische ondersteuning
  • kinesitherapie, logopedie
  • symptomatische medicatie

Een sociaal assistent kan eveneens van dienst zijn. Andere artsen worden in een multidisciplinair verband geraadpleegd (uroloog, fysicotherapeut, gynaecoloog, dermatoloog en andere).

Binnen onze dienst is er ook een MS-verpleegkundige werkzaam die als tussenpersoon fungeert tussen de patiënt en de neuroloog. Deze verpleegkundige kan op laagdrempelige wijze worden bereikt om allerlei problemen te bespreken. Zij zal dan proberen in samenspraak met onder meer de neuroloog een oplossing te formuleren.

Onze ploeg probeert in ieder geval zoveel mogelijk hulp en ondersteuning te bieden aan de persoon getroffen door multiple sclerose.

Interessante link:

Behandelende centra & specialisaties

Neurologie

Laatste publicatiedatum: 05/08/2021
Verantwoordelijk auteur: Dr. Aers Isabelle