Symptomen en oorzaken

de hypofyse is een klein kliertje in de hersenen

Wat is het?

De hypofyse is een klein kliertje in de hersenen dat verschillende hormoonsystemen in je lichaam bestuurt. Om de werking van de hypofyse te onderzoeken is een bloedafname (meestal in de vroege voormiddag) en soms een MRI-scan van de hypofyse nodig.

Welke problemen
kunnen zich voordoen?

Hypofysair macro-adenoom

Een hypofysair macro-adenoom is een (meestal) goedaardig gezwel groter dan 1 cm dat in de hypofyse ligt. Door de druk die het gezwel uitoefent op de structuren rond de hypofyse kunnen de verschillende hormonale assen verstoord worden. Het gezwel kan ook hoofdpijn of slecht zicht veroorzaken.

Een hypofysair macro-adenoom kan zowel met medicatie als operatief behandeld worden.

Hypofysair micro-adenoom

Een hypofysair micro-adenoom is een (meestal) goedaardig gezwel kleiner dan 1 cm.
Het wordt vaak bij toeval ontdekt, bijvoorbeeld bij een hersenscan die om andere redenen genomen wordt. Bij micro-adenomen treden niet altijd symptomen op. Sommige zorgen wel voor een teveel aan een bepaald hormoon (bijvoorbeeld prolactine).

Hypofysaire micro-adenomen hoeven niet altijd behandeld te worden. In dat geval worden ze uiteraard wel opgevolgd door middel van regelmatige beeldvorming van de hypofyse. Soms is na een tijdje ook de beeldvorming niet meer nodig.

Hypofysaire insufficiëntie (hypopituitarisme)

Bij hypofysaire insufficiëntie vallen sommige (of alle) functies van de hypofyse uit waardoor er tekorten van een bepaald hormoon in je lichaam zijn. Er is medicatie (meestal oraal in te nemen, soms ook via een inspuiting) nodig om deze tekorten op te vangen. Zonder medicatie kunnen levensbedreigende situaties (zoals Addison-crisis) ontstaan.

Diabetes insipidus

Diabetes insipidus is een aandoening waarbij de nieren niet genoeg vocht vasthouden. Dit komt door een gebrek aan antidiuretisch hormoon (of vasopressine), een hormoon dat door de hypofyse wordt afgescheiden. Mensen met diabetes insipidus moeten erg veel plassen en hebben voortdurend dorst, ook al drinken ze veel.

Diabetes insipidus is niet te verwarren met diabetes mellitus, een andere aandoening die ervoor zorgt dat de patiënt veel dorst heeft en veel plast. Hier is een teveel aan suiker in het bloed de oorzaak.

Acromegalie

Bij acromegalie wordt er teveel groeihormoon afgescheiden door de hypofyse. Dit zorgt ervoor dat verschillende organen of botten teveel gaan groeien. Patiënten met acromegalie kunnen last hebben van snurken of hoge bloeddruk en hebben vaak diabetes mellitus. Ze krijgen ook vaker te maken met (meestal) goedaardige gezwellen bij andere organen zoals de darmen of de schildklier … De eerste klachten zijn doorgaans hoofdpijn, gewrichtspijn, meer zweten, vermoeidheid of slechter zicht. Door de groei van handen en voeten kunnen ringen of schoenen plots te klein geworden zijn.

De behandeling van acromegalie bestaat meestal uit een operatie. Soms kan ook medicatie of radiotherapie (bestraling) nodig zijn. De operatie wordt uitgevoerd door een neurochirurg.

Andrologie

Onder andrologie verstaan we alle problemen die te maken hebben met het mannelijk geslachtshormoon (testosteron). Om deze problemen te onderzoeken wordt in de meeste gevallen bloed afgenomen (in de vroege voormiddag). Soms is ook beeldvorming of sperma-analyse nodig voor de verdere behandeling van een andrologisch probleem. Indien nodig wordt de patiënt doorverwezen naar de uroloog.

Hypogonadisme

Bij hypogonadisme is er een tekort aan mannelijk hormoon (testosteron). De oorzaak hiervan kan op het niveau van de teelballen (primair hypogonadisme of hypergonadotroop hypogonadisme) of op het niveau van de hypofyse (secundair hypogonadisme of hypogonadotroop hypogonadisme) liggen . De symptomen bij hypogonadisme zijn vermoeidheid, meer zweten, minder spierkracht, verminderd libido (zin in seks), erectieproblemen, depressieve klachten, minder lichaamsbeharing.

Bij de behandeling van hypogonadisme hoort meestal een teelbalonderzoek. Soms is een bijkomende echografie van de teelballen of een MRI-scan van de hypofyse noodzakelijk. Afhankelijk van de oorzaak kan hypogonadisme behandeld worden met medicatie (oraal in te nemen of te injecteren).

Gynaecomastie

Mannen met gynaecomastie hebben een toegenomen volume van een of beide borsten. Bij gynaecomastie maken we een onderscheid tussen toegenomen vetweefsel of toegenomen klierweefsel.

Voor de behandeling van dit probleem is meestal een echo- en/of radiografie van de borst nodig. Zo kan nagegaan worden of er een kwaadaardige tumor in de borst zit. Daarnaast is een bloedafname nodig voor bepaling van de mannelijk en vrouwelijke hormonen.

Behandelende centra & specialisaties

Endocrinologie

Laatste publicatiedatum: 04/02/2020
Verantwoordelijk auteur: Dr. Taelman Paul