Symptomen en oorzaken

Wanneer de werking van een deel van de hersenen in het gedrang komt door een verandering in de bloeddoorstroming, spreken we van een beroerte of cerebro-(hersenen) vasculair (bloeddoorstroming) accident, CVA.

Bij elk van deze aandoeningen is het uiterst belangrijk zo snel mogelijk de juiste onderzoeken en therapie op te starten, wat enkel kan in een ziekenhuis. De eerste symptomen kunnen zeer verschillend zijn, hier alvast enkele alarmsignalen:

  1. Plotse afhangende mondhoek
  2. Plotse uitval van gevoel, kracht of coördinatie aan één lichaamshelft
  3. Plotse uitval van spraak/taal (begrijpen of zich uitdrukken
  4. Plotse valneiging naar één zijde of hevige draaiduizeligheid
  5. Hyperacute (binnen één minuut) ongekend hevige hoofdpijn
  6. Plotse uitval van het gezichtsveld aan één zijde

Een beroerte kan meerdere oorzaken hebben:

  1. Herseninfarct of –trombose
  2. Hersenbloeding
  3. Hersenvliesbloeding
  4. Veneuze sinustrombose

1. Herseninfarct of –trombose

Dit is de meest voorkomende oorzaak van een beroerte. De hersenen krijgen zuurstofrijk bloed via slagaders. Bij een herseninfarct kan het bloed een deel van de hersenen echter niet meer bereiken doordat een slagader verstopt is. Wanneer een zone in de hersenen meerdere minuten onvoldoende of geen zuurstof en suiker krijgt, zal deze zone afsterven en de functie ervan zal uitvallen. Een slagader kan afgesloten worden door geleidelijk lokaal dichtslibben (aderverkalking of atherosclerose) of doordat een klontertje meestroomt met het bloed en blijft steken in een slagader met te kleine diameter (embool). Andere, meer zeldzame oorzaken van slagaderverstopping zijn o.a. spasmen in de bloedvatwand of een inwendige scheur in een deel van de slagaderwand (dissectie).

De diagnose van een herseninfarct wordt gesteld met behulp van een CT scan of NMR scan. Wanneer we op de spoedopname een herseninfarct vermoeden of vaststellen, kunnen we deze verstopping in sommige gevallen proberen weghalen door toediening van sterke bloedverdunners (trombolyse) of door via de lies de klonter te proberen verwijderen (trombectomie). Hierdoor verhogen de herstelkansen. De behandeling van eventuele onderliggende risicofactoren voor hart- en vaatziekten, afwijkingen van het hartritme of structurele hartafwijkingen beperken mee het herhalingsrisico en zijn dan ook zeer belangrijk. Daarvoor is er een intensieve samenwerking met de dienst cardiologie. Om een volgende trombose te proberen vermijden, worden er ook bloedverdunners opgestart.

2. Hersenbloeding

Bij een hersenbloeding ontstaat er een scheur of lek doorheen de volledige wand van een slagader in de hersenen. Hierdoor stroomt er enerzijds onvoldoende bloed naar sommige hersengebieden, anderzijds veroorzaakt het plots vrijgekomen bloed een verhoogde druk in de hersenen. Beide elementen kunnen bijdragen tot de hersenschade. De diagnose wordt gesteld met behulp van een CT scan op spoedopname. Het onder controle houden van de druk in de hersenen vereist soms heelkundig ingrijpen van de neurochirurg. In een eerste fase is het onder controle houden van de bloeddruk van groot belang om toename van de bloeding te proberen voorkomen. Onderliggende bloedvatafwijkingen moeten worden opgespoord omdat deze soms moeten behandeld worden. Soms moeten we ook stollingsproblemen (bv. door bloedverdunners) behandelen.

3. Hersenvliesbloeding (sub-arachnoïdale bloeding)

Bij dit type beroerte ontstaat de bloeding eigenlijk tussen de hersenvliezen die de hersenen omvatten. Dit gaat meestal gepaard met een ongekende, zeer hevige en zeer plotse hoofdpijn (thunderclap headache). Net als bij een hersenbloeding kan de druk in de hersenen gevaarlijk hoog worden. Daarbij is neurochirurgie soms nodig. Bovendien kunnen er ook spasmen in slagaders ontstaan en bijkomende hersenschade uitlokken, ook nog in de dagen na de start van de bloeding. De diagnose wordt gesteld met behulp van een CT scan op spoedopname, soms aangevuld met een lumbaal punctie om het hersenvocht te analyseren. Soms is er een onderliggende slagaderafwijking (bv. aneurysma) verantwoordelijk voor de bloeding en moet deze behandeld worden via de lies of met een hersenoperatie.

4. Veneuze sinustrombose

In tegenstelling tot de vorige aandoeningen, gaat het bij deze eerder uitzonderlijke beroertevorm over een verstopping in de aders (afvoerende bloedvaten) van de hersenen en niet in de slagaders. Ook hierbij kan heel plotse hoofdpijn één van de symptomen zijn. Door de verminderde afvoer van het bloed kan de druk in de betrokken hersengebieden stijgen en kan er dus ook een doorbloedingsprobleem, zuurstoftekort en uiteindelijk infarct ontstaan. De oorzaken, noodzakelijk onderzoeken en behandeling van een sinustrombose zijn grotendeels verschillend van deze van een klassieke hersentrombose.

Diagnose en behandeling

Verloop in het ziekenhuis

Bijna iedereen die met een (vermoeden van een) beroerte wordt opgenomen, komt het ziekenhuis binnen via de spoedopname. Na bevraging en klinisch onderzoek van de patiënt, zal er bij vermoeden van beroerte zo snel mogelijk een scan van de hersenen genomen worden. Daarna zal de neuroloog in overleg met de radioloog de diagnose en behandelopties bespreken met de patiënt of zijn/haar vertegenwoordiger indien deze snel genoeg bereikbaar is. Soms is de snelheid van opstart van een behandeling namelijk cruciaal voor de herstelkansen. Bij een hersen(vlies)bloeding wordt er ook overlegd met de neurochirurg die inschat of er chirurgisch moet worden ingegrepen. Nadien wordt de patiënt opgenomen op een gespecialiseerde afdeling voor continu toezicht en monitoring. Dit kan op de stroke-unit zijn (meestal) of op de dienst intensieve zorgen. De stroke-unit is een afdeling met permanente aanwezigheid van specifiek opgeleide verpleegkundigen, aanwezigheid van een multidisciplinair behandelteam (zie verder) en mogelijkheid tot continue monitoring van de functies van hersenen, hart en longen. Er is een vlotte samenwerking met de diensten radiologie en cardiologie. Vaak kan men na 48 uur deze gespecialiseerde afdeling verlaten. Soms is men al voldoende hersteld om naar huis te kunnen, soms is verdere opname op de afdeling neurologie of op de revalidatie-afdeling nodig.

Nabehandeling en opvolging

Bij ontslag uit het ziekenhuis is men spijtig genoeg niet altijd volledig hersteld van de doorgemaakte beroerte. De opvolging kan dan ook zeer divers zijn en het behandelplan wordt altijd individueel opgemaakt in overleg met de patiënt en zijn/haar naasten. Hierbij wordt het volledig multidisciplinair behandelteam betrokken, bestaande uit neuroloog, neuro-verpleegkundige, revalidatiearts, sociaal werker, kinesist, ergotherapeut, logopedist, diëtist, psycholoog en pastoraal medewerker. Er wordt een inschatting gemaakt van de recuperatiemogelijkheden op middellange termijn, mogelijke intensiteit van de revalidatie, draagkracht en opvangmogelijkheden van de mantelzorgers thuis. Hierbij wordt ook de huisarts soms betrokken om de organisatie van de thuissituatie mee vorm te geven en de inschatting van de mogelijkheden daar mee te beoordelen.

Soms zijn er ook na het ontslag nog verdere onderzoeken nodig, vooral controle-beeldvorming van de hersenen en aanvullende hartonderzoeken. De afspraken hiervoor worden bij ontslag meegegeven net als een controle-afspraak bij de neuroloog.

Wanneer iemand zeer ernstige restletsels heeft en naar een andere zorginstelling (rusthuis, opname in ander revalidatiecentrum) verhuist, wordt vaak geen controle-afspraak meegegeven omdat dit niet altijd nodig/wenselijk is. Maar uiteraard kan men altijd zelf of in overleg met de huisarts het initiatief nemen om een dergelijke afspraak toch te voorzien.

De huisarts speelt een zeer belangrijke rol in de opvolging van de opgestarte medicatie, de risicofactoren voor een nieuwe beroerte en de monitoring van de lichamelijke en geestelijke gevolgen van de beroerte. Uiteraard blijft de neuroloog ook steeds beschikbaar voor overleg en herevaluatie.

Meer informatie:

Behandelende centra & specialisaties

Neurologie

Laatste publicatiedatum: 12/07/2021
Verantwoordelijk auteur: Dr. Aers Isabelle