Radicale hysterectomie
Wat is het?
Wat is het?Deze ingreep wordt uitgevoerd voor de behandeling van baarmoederhalskanker. Het is een operatie waarbij de baarmoeder en de baarmoederhals volledig worden verwijderd, samen met een deel van het omliggende steunweefsel (het bindweefsel en soms een deel van de vagina). Vaak worden ook de lymfeklieren in het bekken verwijderd om te controleren of de ziekte zich heeft uitgebreid.
Deze ingreep verschilt van een “gewone” hysterectomie omdat er meer weefsel rond de baarmoeder wordt weggenomen (de zogenaamde parametria) om de kans op achtergebleven kankercellen te verminderen. De eierstokken worden soms verwijderd, maar dit hangt af van je leeftijd en het exacte type van de tumor.
Voorbereiding op de operatie
Voorbereiding op de operatieVooraf zal je verschillende onderzoeken ondergaan om een duidelijk beeld te krijgen van de uitgebreidheid van de ziekte en om te bepalen of een operatie mogelijk is. Dat kan onder andere bestaan uit:
- Bloedafnames
- Beeldvorming (CT-scan, PET-scan, MRI)
- ECG
Je dient ook een anesthesiologisch nazicht te hebben voor de operatie. Dit kan ofwel fysiek in het ziekenhuis, ofwel online. Hierbij krijg je ook meer uitleg over de verdoving en welke bijkomende leidingen eventueel nog geplaatst worden. Zo nodig kunnen ook nog bijkomende onderzoeken ingepland worden.
Minstens 3 dagen op voorhand word je opgebeld om het opnameuur door te geven. Daarnaast wordt hierbij ook vermeld tot wanneer je mag eten/drinken.
Enkele basiszaken vind je hieronder, meer uitgebreide informatie vind je hier.
- Identiteitskaart of ISI+-kaart
- Medicatielijst en je thuismedicatie (zo mogelijk in de originele verpakking)
- Persoonlijk materiaal
- Slaapmateriaal: slaapkleedje en/of pyjama (een slaapkleed is de eerste dagen gemakkelijker)
- Ondergoed
- Stevige pantoffels of gesloten schoenen
- Tandenborstel en tandpasta
- Zeep en/of douchegel en shampoo
- Eventueel een kamerjas
- Enkele kledingstukken
- TED kousen (steunkousen) indien je deze al hebt
- Je meldt je aan bij de opnamedienst op het afgesproken uur. Hier moet je je kamerkeuze doorgeven.
- Je komt nuchter binnen. De volgende regels zijn van toepassing:
- Lichte maaltijd tot 6 uur voor de ingreep
- Zware maaltijd tot 8 uur voor de ingreep
- Water en andere heldere (niet-alcoholische) dranken tot 2 uur voor de ingreep. Koffie mag, maar zonder melk.
- Eenmaal op de kamer komt een verpleegkundige bij je en overloopt met jou een aantal vragen (eventuele allergieën, je medische geschiedenis, je medicatie...). Je brengt je medicatielijst mee.
De operatie
De operatieDe ingreep gebeurt onder algemene verdoving en kan, afhankelijk van verschillende factoren, via een laparotomie (open buikoperatie) of laparoscopie (kijkoperatie) gebeuren. In het laatste geval zal dit mogelijks robot geassisteerd gebeuren.
Tijdens deze ingreep wordt de baarmoeder, baarmoederhals, een stukje van de vaginatop (2 à 3 cm) en het omringend steunweefsel (de parametria) verwijderd. Zo nodig worden ook de eierstokken verwijderd. Het voornaamste verschil met een “gewone” hysterectomie, is dat er wat extra weefsel rondom de baarmoederhals verwijderd wordt (de vaginatop en de zogenaamde parametria), om zo de kans op een volledig verwijderen van de tumor vergroten.
Daarnaast worden vaak ook lymfeklieren uit het bekken verwijderd. Dit om na te gaan of de ziekte zich hiernaar heeft uitgebreid. Dit kan zowel gaan om alle lymfeklieren, ofwel om de zogenaamde schildwachtklier of sentinelklier. Het uitzaaien van de tumor gaat namelijk via een vast patroon: ze begint in deze schildwachtklier en breidt zich nadien uit naar andere klieren. Zo deze lymfeklier tumorvrij is zal er ook in de andere lymfeklieren geen tumor aanwezig zijn, dienen deze niet weggenomen te worden en is de kans op complicaties kleiner.
De duur van de ingreep kan verschillen, maar duurt meestal 3-4 uur.
Mogelijke complicaties
Afhankelijk van de uitgevoerde operatie zijn er verschillende complicaties mogelijk. Bij een laparoscopische (minimaal invasieve) ingreep zijn deze vaak beperkter. De arts zal deze risico’s voor jouw specifieke operatie overlopen. De meest frequente zijn:
Een verhoogd bloedverlies kan zowel tijdens als na de operatie optreden. Een bloedtransfusie kan noodzakelijk zijn. Zo de bloeding na de operatie gebeurt (een nabloeding), dan kan een extra ingreep nodig zijn.
Dit kan bijvoorbeeld gaan om een wondinfectie, urineweginfectie of longontsteking. Behandeling met antibiotica kan nodig zijn.
Door minder te bewegen na de operatie kan een bloedstolsel ontstaan in de benen of longen. Daarom krijgt je bloedverdunners en wordt vroege mobilisatie gestimuleerd.
Door de nabijheid in het bekken kunnen blaas, urineleiders, darmen of zenuwen geraakt worden. Dit kan tijdelijk of soms blijvend klachten geven. Herstel of verwijdering van (delen van) deze organen kan nodig zijn.
In het geval van complicaties of verklevingen kan het, in het geval van een kijkoperatie, nodig zijn om een grotere insnede te maken en over te gaan tot een open buikoperatie.
Omdat de zenuwen rond de blaas mee verwijderd of beschadigd kunnen worden, kan plassen moeilijker zijn. Soms is tijdelijk een blaassonde nodig, in zeldzame gevallen blijven de plasklachten aanwezig.
Kort na de operatie of na verschillende maanden kan er een zwakke plek in de buikwand ontstaan op de plaats van het litteken. Hierdoor kan een bult of zwelling ontstaan, soms met een zeurend gevoel of pijn. Dit noemen we een littekenbreuk.
Na de operatie kan lymfevocht zich ophopen in de benen (lymfeoedeem) of in de buik (lymfecyste), vooral als er lymfeklieren verwijderd zijn. Dit kan leiden tot zwelling, een zwaar gevoel of spanning in de buik of benen en soms tot infecties. Kinesitherapie of een lymfedrainage kan soms helpen. Soms dient een drain geplaatst te worden.
Na de operatie
Na de operatieNa de operatie verblijft je eerst enige tijd op de PAZA / ontwaakruimte. Nadien word je overgebracht word je naar de gewone afdeling. Zo nodig kan een observatie op de dienst intensieve zorgen nodig zijn.
Op de afdeling
Tijdens de ingreep worden een aantal buisjes / leidingen in het lichaam ingebracht:
- Een of meerdere leidingen/infusen in de bloedvaten om vocht, pijnstilling en medicatie toe te dienen alsook soms om de bloeddruk te controleren. Deze bevinden zich meestal in de arm of handen. Uitzonderlijk kan dit ook in de hals zijn.
- Een blaassonde om de urine af te leiden wordt geplaatst tijdens de ingreep. Wanneer deze verwijderd wordt hangt af van de uitgebreidheid van de ingreep en zal aldus door de chirurg beslist worden.
Bij een uitgebreide ingreep zijn ook volgende zaken mogelijk:
- Soms wordt een dunne katheter in de rug geplaatst voor pijnbestrijding (een epidurale katheter).
- Zo nodig worden drains geplaatst om het wondvocht vanuit de buik af te voeren.
Op de afdeling worden regelmatig controles uitgevoerd om de pols, temperatuur, bloeddruk en pijn te evalueren. Daarnaast wordt ook de urineproductie, het bloedverlies en de darmwerking geëvalueerd.
Meestal krijgt men de avond van de ingreep nog iets te drinken. Wanneer je iets te eten krijgt beslist de chirurg en zal meestal de avond van de ingreep zijn. Je begint met iets kleins en bouwt geleidelijk aan op.
Een goede pijnbestrijding is uitermate belangrijk voor een goed herstel. Het helpt je beter te ademen, te hoesten en te bewegen – en dat verkleint de kans op complicaties zoals longproblemen of trombose. Bovendien kost pijn veel energie die je nodig hebt voor je herstel.
Pijnstilling zal vaak via pillen gegeven worden, maar zo nodig kan dit ook via een infuus, een epidurale of via een injectie in de bilspier gegeven worden.
Geef het altijd aan als je pijn hebt – wacht niet tot het te erg wordt. Ernstige pijn voorkomen is makkelijker dan pijn achteraf verlichten.
Tijdens de operatie werd een blaassonde geplaatst. Dit gebeurt om verschillende redenen: voor jouw comfort, om de wonde voldoende rust te geven om te genezen, en omdat de zenuwen die instaan voor het legen van de blaas dicht bij het operatiegebied lopen en soms beschadigd kunnen raken. Hierdoor kan het plassen na de ingreep moeilijker zijn.
Wanneer de blaassonde verwijderd wordt, controleren we altijd of je de blaas goed kan ledigen. Dit gebeurt met een echo via de buik. Blijft er te veel urine achter in de blaas (een residu), dan kan de verpleegkundige je tijdelijk sonderen of opnieuw een blaassonde plaatsen. In sommige gevallen ga je met een blaassonde naar huis. In dat geval wordt ongeveer een week later in het ziekenhuis een “blaastraining” uitgevoerd: de sonde wordt dan verwijderd en er wordt opnieuw getest of je de blaas vlot kan leegmaken.
De blaassonde kan soms al de dag na de operatie verwijderd worden, maar het kan ook zijn dat ze enkele dagen moet blijven. Dit wordt steeds door de chirurg beslist.
Bij het eerste keer uit het bed komen zal de verpleging je helpen. Ook bij de verzorging zal je hulp krijgen zo nodig.
Zo jouw wonde gesloten werd met wondhaakjes of niet-resorbeerbare hechtingen, worden deze ongeveer 8 dagen na de ingreep verwijderd door de huisarts. Je dient hiervoor zelf een afspraak te maken.
Je krijgt ook dagelijks een inspuiting in de onderhuid om een trombose te voorkomen. Dit omdat een operatie en de verminderde mobiliteit het risico op een bloedklonter verhogen. Deze moet 3-4 weken gegeven worden en zal thuis door een thuisverpleging of jouwzelf gebeuren.
Meerdere studies hebben aangetoond dat vroegtijdig bewegen het herstel versnelt en het risico op complicaties vermindert. Daarom word je zo snel mogelijk gemobiliseerd met hulp van de verpleging. Zo je een open buikoperatie onderging zal vaak ook de kinesist langskomen om ademhalings- en bewegingsoefeningen te doen.
Door te bewegen zal je je fitter en minder moe voelen. Zo de pijn je belemmert om te bewegen moet je dit aangeven en zal er extra pijnstilling voorzien worden.
Ook voor de operatie is bewegen van groot belang. Probeer dus ook voordien meerdere keren per dag te wandelen of te fietsen.
Het ontslag
De gemiddelde opnameduur na een dergelijke ingreep hangt af van verschillende factoren. Bij een kijkoperatie is dit gemiddeld 1-3 nachten, bij een open buikoperatie is dit eerder 3-5 nachten. Uiteraard hangt dat af van de ingreep en het postoperatieve verloop. Er wordt steeds nagekeken of je voldoende hersteld bent en zo nodig wordt met de sociale dienst bijkomende hulp voor thuis voorzien (bijvoorbeeld poetshulp, thuisverpleging …).
Je krijgt bij ontslag reeds een afspraak mee voor een postoperatieve controle waarbij ook de resultaten besproken zullen worden.
Resultaten
Na de operatie wordt het weefsel grondig onderzocht door de anatoompatholoog. Deze testen kunnen enkele weken duren. Nadien worden deze resultaten besproken op het Multidisciplinair Oncologisch Consult (MOC), een overleg tussen de verschillende artsen en wordt dit met jou op de consultatie besproken.
Afhankelijk van de resultaten kan het nodig zijn om nog een bijkomende behandeling uit te voeren. Indien dit het geval is zal dit vaak over radiotherapie gaan, maar soms is ook chemotherapie noodzakelijk.
Thuis
ThuisEenmaal thuis gaat het herstel verder, dit zal vaak nog enkele weken duren.
Hou rekening met volgende aandachtspunten:
- Dagelijks bewegen wordt aangemoedigd, maar overbelasting moet vermeden worden. Luister naar de signalen van je lichaam en rust tijdig. Meerdere keren korte inspanningen helpen het herstel en voorkomen klontervorming.
- Wacht een 6tal weken voor je weer aan sport doet. Een rustige, niet te lange wandeling is geen probleem. Luister vooral naar je eigen lichaam.
- Je mag de eerste 6 weken niet meer dan 5kg tillen.
- Je mag de eerste 6 weken geen bad nemen of zwemmen. Douchen mag wel.
- Seksuele betrekkingen mogen niet de eerste 8 weken.
- Om klontervorming te voorkomen dienen vaak de inspuitingen in het bovenbeen verdergezet te worden. Dit kan je zelf doen of door de thuisverpleging laten uitvoeren.
- Bloedverlies of bloederige afscheiding via de vagina de eerste weken is normaal. Gebruik in die periode geen tampons.
- Voor het litteken/de littekens:
- Voorkom het eerste jaar directe blootstelling aan de zon, of breng een dikke laag zonnecrème aan.
- Je krijgt instructies mee voor de eventuele verzorging zoals het verwijderen van de hechtingen of wondhaakjes.
- Masseer na enkele weken het litteken dagelijks wat in met een hydraterende crème om het soepel te laten genezen.
Heb je na de ingreep koorts, hevige pijn of ben je onwel? Neem dan contact op met een arts, zij het de huisarts of het ziekenhuis. Zo nodig meld je je aan op de dienst spoedgevallen.
Gevolgen van de operatie
Gevolgen van de operatieEen dergelijke operatie en kankerdiagnose brengen verschillende lichamelijke, seksuele en emotionele veranderingen met zich mee. Aarzel niet om hierover met je arts of hulpverlener te praten.
- Vermoeidheid en herstel van conditie
- Zowel fysiek als mentaal is het een zwaar parcours en kan het herstel enige tijd duren.
- Pijn en ongemak
- Lichte pijn of een trekkend gevoel in de buik of de wondregio is normaal. Dit verbetert geleidelijk.
- Blaasklachten
- Moeilijk plassen of een minder goed gevoel van aandrang. Dit doordat de zenuwen die hiervoor instaan beschadigd kunnen raken tijdens de operatie. Meestal recupereert dit over het verloop van enkele weken/maanden, soms kan dit blijvend zijn.
- Darmklachten
- Ook de zenuwen naar de endeldarm kunnen tijdens de operatie beschadigd worden. De darmen kunnen hierdoor (meestal tijdelijk) trager werken, met winderigheid of verstopping. Je mag gerust een laxeermiddel nemen zo dit het geval is.
- Onvruchtbaarheid
- Na de ingreep kan men geen kinderen meer krijgen. Voor jonge mensen met een kinderwens kan dit hard aankomen. Je kan hiervoor steeds terecht bij je arts of de verpleegkundige, en zo gewenst kan je in contact gebracht worden met een psycholoog.
- Vervroegde menopauze zo men nog niet in de menopauze was
- Gezien het verwijderen van de eierstokken ook de hormoonproductie stillegt kan dit abrupt leiden tot overmatig zweten, opvliegers of depressieve buien.
- Er kan steeds met de arts bekeken worden of hier medicatie voorgeschreven voor kan worden.
- Lymfevochtophoping
- Na het verwijderen van lymfeklieren kan er vochtophoping in de buik (lymfecyste) of in de benen (lymfoedeem) ontstaan. Dit kan kort na de operatie optreden, maar soms ook pas maanden tot jaren later. Bij een schildwachterklierprocedure is de kans kleiner, maar het risico blijft bestaan. Zo nodig kan de arts je verwijzen voor lymfedrainage of gespecialiseerde kinesitherapie.
De behandeling van baarmoederhalskanker kan invloed hebben op je seksualiteit en gevoel van intimiteit. In de eerste periode ligt de focus vaak op herstel, maar ook op de langere termijn kunnen er veranderingen optreden, zowel lichamelijk als emotioneel.
Mogelijke lichamelijke veranderingen
- Vaginale droogte en pijn bij het vrijen
Door de veranderingen in hormonen wordt de vaginawand droger en dunner. Hierdoor kan seks pijnlijk of onaangenaam worden. Een glijmiddel of een vaginale crème kan helpen. Overleg dit met je arts. - Verandering in bezenuwing
Door de operatie kunnen zenuwen rond de vagina mee verwijderd of beschadigd zijn. Hierdoor kan het seksueel opgewonden raken moeilijker zijn dan voorheen en kan de beleving van seksualiteit veranderen. Sommige vrouwen merken dat het langer duurt om in de stemming te komen. Vaak went dit na verloop van tijd en vindt men opnieuw een manier waarop seksualiteit vertrouwd en aangenaam kan aanvoelen. - Verkorte vagina
Dit betekent niet dat je geen seks meer kunt hebben, wel kan het gevoel dat je aan het einde van de vagina hebt, anders zijn. Ook voor je partner kan dit verschillend aanvoelen. - Verminderde zin in seks
Zo de eierstokken verwijderd werden daalt het niveau van de vrouwelijke (maar ook mannelijke) hormonen sterk. Dit kan zorgen voor minder zin in vrijen of minder seksuele opwinding.
Praat erover
Het is niet altijd makkelijk om de draad weer op te pakken. Wat jij ervaart is persoonlijk, en er bestaat geen ‘normaal’. Het belangrijkste is dat jij je er goed bij voelt. Heb je vragen of zorgen? Bespreek ze gerust met je arts, verpleegkundig specialist, psycholoog of seksuoloog. Zij kunnen met je meedenken over oplossingen of ondersteuning.
De diagnose en behandeling van baarmoederhalskanker kunnen emotioneel zwaar zijn. Angst, verdriet, onzekerheid en zorgen over de toekomst zijn normaal. Ook kan je te maken krijgen met veranderingen in je zelfbeeld, stemming of hoe je naar je lichaam kijkt.
Sommige vrouwen voelen zich minder vrouwelijk of ervaren moeite met hoe hun lichaam eruitziet of aanvoelt na de behandeling. Dit kan invloed hebben op je zelfvertrouwen, je relatie en je dagelijks functioneren.
Het verwerken van de ingreep en de impact op je vrouw-zijn of zelfbeeld vraagt tijd, maar praat er ook over met iemand die je vertrouwt. Ook professionele hulp, zoals een psycholoog of oncologisch verpleegkundige, kan steun bieden. Je hoeft het niet alleen te doen.
Meer info
Meer infoMeer informatie kan je vinden op:
- De website van Kom op tegen kanker
- De website van de Stichting tegen kanker
- De website van Gynca’s: een organisatie voor vrouwen met gynaecologische kanker
Kostenraming
KostenramingCentra & specialisaties
Centra & specialisaties
Iets fout of onduidelijk op deze pagina? Meld het.
Laatste publicatiedatum: 18/02/2026