Wat is het?

Een geamputeerde of verminkte borst veroorzaakt een ingrijpende aantasting van het vrouwelijke zelfbeeld. Een borstreconstructie kan een dergelijk verlies mee helpen verwerken. Als de diagnose van borstkanker iemand overvalt, is een eerste gesprek over de mogelijkheden van borstreconstructie vaak een houvast in de daaropvolgende behandeling. Steeds vaker kan je als patiënt het moment van een borstreconstructie kiezen.

Ofwel kies je voor een onmiddellijke borstreconstructie ofwel voor een reconstructie op een later tijdstip. Bij een onmiddellijke reconstructie gebeurt de volledige chirurgische behandeling van de borstkanker (amputatie en reconstructie) tijdens dezelfde operatie (en hospitalisatie). Het belangrijkste voordeel van deze techniek is dat de patiënt gespaard blijft van de verminking van een borstamputatie en ontwaakt uit de narcose met een borst, zij het een gereconstrueerde. Er is ook maar één herstelperiode. De esthetische resultaten van een onmiddellijke reconstructie zijn doorgaans ook de beste omdat de oorspronkelijke huidenveloppe van de borst bewaard kan worden. Toch is voor sommige vrouwen een onmiddellijk gereconstrueerde borst de eerste maanden wat moeilijker te aanvaarden. Iemand die een tijd met de verminking van een borstamputatie geleefd heeft, aanvaardt de gereconstrueerde borst doorgaans veel beter.

Sommige vrouwen wensen de diagnose van borstkanker eerst te verwerken en de nabehandeling af te werken alvorens een reconstructie te overwegen. Voor deze patiënten is een uitgestelde reconstructie (tenminste 3-6 maanden na afwerken van de behandeling) een betere keuze.

Als je een onmiddellijke reconstructie overweegt, moet je weten dat een gereconstrueerde borst de opvolging van de borstkanker niet bemoeilijkt of verandert. Ook de noodzaak van nabehandeling na de borstamputatie (radiotherapie - chemotherapie), is géén tegenindicatie voor een onmiddellijke reconstructie. Als bestraling noodzakelijk is, is een reconstructie met autoloog weefsel echter de beste keuze.

Vandaag wordt de uitgestelde reconstructie nog het vaakst toegepast. Toch kiest een steeds groter aantal vrouwen voor de onmiddellijke reconstructie om de vele voordelen. Deze evolutie is mee het gevolg van de grotere toegankelijkheid en beschikbaarheid van informatie voor de borstkankerpatiënt. In die optiek is een brochure gecreëerd. Door een overzicht aan te reiken van de mogelijkheden van reconstructieve borstchirurgie, wenst het borstcentrum van het Maria Middelares ziekenhuis de borstkankerpatiënt een eind op weg te helpen bij een weloverwogen keuze.

Verschillende technieken

De waaier van reconstructieve mogelijkheden is eigenlijk terug te brengen tot twee groepen van ingrepen: enerzijds de technieken die implantaten (inwendige prothesen) gebruiken, anderzijds de technieken die autoloog (lichaamseigen) weefsel benutten. Bij de tweede groep technieken wordt gebruik gemaakt van een flap om de borst te herstellen, d.i. weefsel van de patiënt met een eigen bloedvoorziening. Daarom spreekt men soms van de 'warme' borst als men het heeft over een borstreconstructie met eigen weefsel. Zowel gesteelde als vrije flappen kunnen aangewend worden om een 'warme' borst te reconstrueren. Voor de vrije flappen is microchirurgie noodzakelijk.

De verschillende technieken zijn:

Als onvoldoende buikweefsel aanwezig is, kan soms in andere lichaamsregio's een huid-vetflap genomen worden om de borst te reconstrueren. Zo kan men bilhuid en –vet gebruiken (SGAP-flap), weefsel van de binnenzijde van de dij (TMG-flap), of de buitenzijde van de dij (ALT-flap).

Aanvullende technieken

Postoperatieve fase

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij borstoperaties de normale risico's op complicaties door een operatie zoals de vorming van een bloedklonter (trombose), longontsteking, nabloeding en wondinfectie. De operatie is geen zware operatie. Vermoeidheid na de operatie of na de bestraling doet zich wel vaak voor.

Als een deel van de borst is weggenomen, ontstaat soms een deuk. Met de nieuwe oncoplastische technieken tracht de chirurg dit te vermijden.

Om bloed en wondvocht weg te zuigen, zijn vaak één of twee dunne drains in het operatiegebied aangebracht. Een drain in de borst kan meestal na enkele dagen verwijderd worden. De okseldrain moet soms langer blijven. Na verwijdering kan toch nog wondvochtophoping (seroom) optreden. Je kan dat merken doordat het littekengebied opzwelt en soms roder ziet. Met behulp van een spuit kan het vocht over het algemeen vlot verwijderd worden. Een enkele keer is de wondgenezing vertraagd door een infectie. Als een wond openspringt, kan dat aanleiding geven tot een lelijke wonde die enkele weken nodig heeft om te genezen.

Lymfeoedeem van de arm na okseluitruiming

Na een operatie aan de borst waarbij er lymfeklieren uit de oksel verwijderd worden, bestaat de kans op het ontstaan van lymfeoedeem (overtollig vocht). De kans op lymfeoedeem vergroot als de oksel na deze operatie bestraald wordt. Lymfeoedeem kan jaren na de operatie alsnog ontstaan. Daarom blijft het van belang om aandacht te besteden aan het voorkomen ervan.

Laatste publicatiedatum: 23/08/2019