Neem tijd voor borstvoeding

De start van de borstvoeding vraagt tijd en geduld van jezelf, je baby en je omgeving. Zorg voor een rustige omgeving.

Misschien voel jij je beter als je aan het bezoek vraagt de kamer te verlaten, zodat je rustig de baby kan voeden. Laat je helpen door het personeel van de kraamafdeling.

Borstvoeding geven is een proces, elke dag is anders in het begin. Daarom zullen de adviezen die je krijgt dag per dag variëren.

Hoe leg je de baby aan?

Zo moet het wel

Draai de baby naar je toe, zodat zijn buikje naar die van jou gedraaid is. Zorg ervoor dat het hoofdje van de baby op een rechte lijn ligt met de rest van zijn romp.

De neus van de baby ligt tegenover de tepel. Ondersteun het hoofdje, maar druk zeker niet tegen de borst. Laat het hoofdje lichtjes naar achter kantelen. Nu kan je jouw borst met je vrije hand ondersteunen en je baby verleiden tot toehappen. Je kan met je tepel de bovenlip van je baby aanraken om de hapreflex uit te lokken.

Eventueel kan je een druppeltje moedermelk uit je tepel drukken zodat de baby de smaak te pakken krijgt. Pas wanneer de baby de mond zeer wijd opendoet, breng je de baby naar je borst toe. Het kinnetje en de onderkaak moeten als eerste de borst raken. Kijk na of het boven- en onderlipje goed naar buiten gekruld zijn. Corrigeer indien nodig.

De kin van je baby drukt goed tegen je borst aan. Het hoofdje is achterover gekanteld zodat het neusje volledig vrij is. Dit kan je ook bekomen door de billetjes goed tegen je aan te duwen of met je hand tussen de schouders van je baby een lichte druk te geven. Enkel het eerste aanzuigen kan tijdens de eerste weken, gevoelig zijn. Bij het verdere voeden mag het zuigen geen pijn meer doen. Tijdens het voeden zie je trage, diepe zuigbewegingen. De wangetjes zij bol.

Zo moet het niet

Het mondje is onvoldoende geopend, de baby neemt zo enkel de tepel in de mond.

Het hoofdje is niet naar achter gekanteld zodat het neusje, in plaats van de kin, in de borst wordt gedrukt.

De kin van de baby drukt onvoldoende tegen de borst.

Als het hoofdje goed is gepositioneerd, dan is het niet nodig om met de vinger het neusje vrij te houden. Dit kan de melkdoorstroming belemmeren.

Wanneer en hoe lang leg je je baby aan?

Het is best dat je je baby kort na de geboorte probeert aan te leggen. Als je baby niet meteen goed wil zuigen, is dat op dat moment geen probleem. Leg hem dan gewoon even tegen je borst. Huid op huidcontact is hierbij van belang.

Je voedt je baby steeds op vraag. Hij hoeft daarom niet altijd te huilen. Let op: bij een slaperige baby zal jij het ritme moeten bepalen.

Het is mogelijk dat je kind de eerste dagen 10-12 keer per 24 uur aanligt. Overdag is het best dat je niet langer dan drie uur wacht om opnieuw aan te leggen. Het maximum interval dat je één keer per 24 uur mag tussen laten is vier uur.

Je hoeft de duur van de borstvoeding niet te meten, ook niet de eerste dagen. Gemiddeld zuigt je baby 10 tot 15 minuten actief aan de borst. Let wel dat de baby de hele tijd correct aanligt. Een slaperige baby verwissel je frequent van kant tijdens een voeding. Vraag zo nodig advies aan het personeel van de kraamafdeling.

Om de melkproductie goed op gang te brengen, leg je bij voorkeur de eerste dagen aan beide kanten aan. Hiervoor moet je je baby niet onderbreken. Als je baby zelf stopt met zuigen, kan je hem van kant wisselen.

Bepaalde baby’s drinken graag verschillende keren kort na elkaar en laten daarna een langere periode tussen. Vaak aanleggen heeft als voordeel dat je minder last hebt van harde en pijnlijke borsten. Later zal het aantal voedingen per dag meestal verminderen.

Verschillende houdingen

Rechtzittende houding

In een rechtzittende houding houd je de knieën lichtjes hoger dan je bekken. Daarvoor is het vaak nodig je voeten een beetje hoger te zetten, bijvoorbeeld op een voetbankje. Kies een comfortabele houding.

Madonnahouding

Om links te voeden leg je je baby horizontaal, met zijn buikje tegen je aan en zijn hoofdje gesteund door je linker arm. Het hoofdje ligt in één lijn met de rest van zijn romp. Het onderste armpje van jouw kindje kan je onder je arm, langs je zijde leggen.

Doorgeschoven bakerhouding

Je baby ligt horizontaal, met zijn buikje tegen je aan. Om links te voeden schuif je je rechter arm over het rugje door naar het hoofdje dat je dan ondersteunt met je rechter hand. Zo is je arm rond je baby geslagen. Met je linkerhand kan je dan de borst aangeven.

Rugbyhouding

Het hoofdje van de baby is naar de borst gericht, met zijn lichaam onder je arm door langs je zij. Om rechts te voeden wordt zijn hoofdje ondersteund door je rechterhand. De billen van je baby rusten, eventueel gesteund door een kussen, ter hoogte van je elleboog.

Liggende houding

Je ligt op je zij met je kindje naast jou, buik tegen buik en je voedt met de onderste borst.

Vraag gerust hup als je tijdens je verblijf in de kraamafdeling eens de verschillende houdingen wil uitproberen.

Heeft je baby goed gedronken?

Eens de melkproductie op gang is, zie je na een aantal dagen een overgang in de stoelgang van donkere, kleverige meconium naar bruine stoelgang om dan over te gaan naar vloeibare, gele, soms spuitende borstvoedingsstoelgang.

Je baby kan de eerste dagen na de geboorte tot ongeveer tien procent van zijn geboortegewicht verliezen. Wegen voor en na de borstvoeding is niet zinvol gezien de productie sterk wisselt in de loop van de dag en hierdoor geen verandering in het beleid komt.

Op de leeftijd van twee tot drie weken heeft hij minimum zijn geboortegewicht terug bereikt. In de eerste maanden na de geboorte is de minimum gewichtstoename 120 gram per week. Bij onvoldoende toename overleg je met de behandelende arts.

Interessante weetjes

  • De eerste melk noemt men ‘colostrum’ en is zeer energierijk. Kleine hoeveelheden volstaan om aan de behoefte van je baby te voldoen.
  • Tijdens het verdere verloop van de borstvoeding vormt er zich voor- en achtermelk. De achtermelk is vetrijker, wat voor een betere verzadiging zorgt bij de baby. Het is daarom belangrijk om de borsten goed leeg te laten drinken.
  • Sommige baby’s worden niet vanzelf wakker om te drinken en worden overdag best om de drie uur wakker gemaakt (dekentje openleggen, luier verversen, kruippakje uitdoen … kunnen helpen).
  • Blijvende pijn tijdens borstvoeding wordt meestal veroorzaakt door het foutief aanleggen. Vraag hierbij hulp.
  • Tepelverzorging gebeurt door na het voeden een druppel moedermelk in te masseren. Wanneer de tepels pijnlijk zijn of bij tepelkloven kan een passend product op de kraamafdeling worden aanbevolen. Zorg dat je zelf gezond en gevarieerd eet, met voldoende vochtinname. In principe mag je alles eten.
  • Het gebruik van een fopspeen wordt afgeraden tot de borstvoeding goed op gang is, om geen voedingsmoment uit te stellen. Als de baby na enkele dagen goed aan de borst drinkt, maar hij heeft na de voeding nog zuigbehoefte, kan de fopspeen troost bieden.

Extra vitamines

Bij borst- en kunstvoeding krijgt je baby een vitamine D-supplement gedurende de eerste zes levensjaren. Bij de geboorte kreeg je baby een éénmalig vitamine K-supplement dat voldoende bescherming biedt.

Borst- en handhygiëne

  • Was je handen voor het aanleggen, zo voorkom je infecties.
  • Een goede borsthygiëne is belangrijk. De borsten dagelijks wassen zonder zeep en nadien goed afdrogen is aanbevolen.
  • Een goedzittende katoenen beha is aangenaam.
  • Bij spontaan melkverlies kunnen borstkompressen gebruikt worden.

Afkolven en bewaren van moedermelk

Soms moet je melk afkolven, bijvoorbeeld als je kindje op neonatologie ligt en niet rechtstreeks aan de borst kan drinken, als je baby te veel gewicht verliest … Het personeel van de kraamafdeling zal je hierover graag informeren en helpen.

Overschakelen naar kunstvoeding

De overschakeling van borstvoeding naar kunstvoeding gebeurt best geleidelijk zodat de melkvorming zonder al te veel last stopt. De melkvorming vermindert immers naarmate je de baby minder aanlegt. Indien je te snel afbouwt, kan dit leiden tot een borstontsteking.