Opvolging van je kind en vaccinaties

Standaard opvolging van de ontwikkeling en toediening van vaccinaties worden georganiseerd door Kind & Gezin. Enkel kinderen die extra zorg of opvolging nodig hebben (prematuren, kinderen met vertraagde ontwikkeling of een andere medisch probleem van bij/kort na geboorte) volgen wij als kinderarts ook mee op. Om het aantal consultaties voor die kinderen dan enigszins te beperken trachten we die controlemomenten bij ons te combineren met een vaccinatie.

Als bij het onderzoek rond de zevende levensdag ook geen problemen worden vastgesteld, dan zien wij kinderen klassiek enkel omwille van ziekte of gezondheidsproblemen (zie hieronder). Wanneer meerdere consultaties of langdurige begeleiding nodig zijn, trachten we dit te laten gebeuren door steeds dezelfde kinderarts van jouw voorkeur. In vele van dergelijke situaties kan de afspraak een tijd op voorhand worden gepland en zal er ook plaats zijn bij die bewuste arts.

Lees hier meer over vaccinatie van je baby/kind.

Bevolkingsonderzoek naar aangeboren aandoeningen bij pasgeboren baby’s

Met deze test (vroeger ‘de hielprik’ genoemd) worden er 11 aangeboren ziekten opgespoord.

Het gaat om ziekten die al voor de geboorte aanwezig zijn, maar pas later tot uiting komen. De ziekten zijn zeldzaam, maar vaak heel ernstig. Bij een vroege opsporing en een tijdige behandeling kunnen ernstige handicaps en chronische ziekte voorkomen worden. De 11 ziekten zijn onder te verdelen in vier grote groepen:

  • Stoornissen in het metabolisme van bouwstenen van eiwitten (PKU, MSUD, MMA/PA, IVA, GA1)
  • Stoornissen in de vetzuurverbranding (MCADD, MADD)
  • Stoornissen in het recycleren van de vitamine biotine
  • Hormonale stoornissen (schildklier, bijnieren)
  • Mucoviscidose (taaislijmziekte)

Vanaf 72 uur en ten laatste 96 uur na de geboorte wordt een aantal druppels bloed opgevangen op een speciaal kaartje en opgestuurd naar een laboratorium dat aangewezen is door de Vlaamse overheid. Deze test kan dus plaatsvinden in het ziekenhuis, of als je al naar huis bent. Een vroedvrouw aan huis neemt dan de test af. Voor prematuurtjes en zieke pasgeborenen wordt een aangepaste tijdschema gebruikt.

Als je binnen drie weken niets hoort, is het resultaat gunstig. Bij een afwijkend resultaat wordt je arts verwittigd en is een tweede test nodig. Die vindt meestal uiterlijk twee weken na de eerste bloedafname plaats. Op basis van het tweede resultaat beslist de arts welke behandeling nodig is. Het onderzoek is niet verplicht, maar is sterk aanbevolen.

De kosten van het onderzoek worden door de Vlaamse overheid betaald. Deelname aan het bevolkingsonderzoek is dus gratis. In geval van een afwijkend resultaat zijn eventueel bijkomende consultaties en vervolgonderzoeken nodig. Deze zijn zoals alle klassieke medische zorgen niet kosteloos, maar worden in meer of minderde terugbetaald door het ziekenfonds.

Sedert 1 januari 2019 is een mondelinge toestemming vereist van een van beide ouders vooraleer een bloedstaal voor dit onderzoek mag worden afgenomen. Die toestemming wordt gevraagd door de vroedvrouw en genoteerd op de achterzijde van het bloedkaartje. Als er geen toestemming wordt gegeven, moet weigering schriftelijk worden bevestigd door een van beide ouders.

De bloedkaartjes worden gedurende vijf jaar bewaard. Ze worden alleen gebruikt voor het bevolkingsonderzoek, maar kunnen ook gebruikt worden voor diagnostisch onderzoek in het belang van het kind op geschreven vraag van een behandelend arts indien de ouders of de voogd van het kind in kwestie hiervoor bijkomend schriftelijk toestemming gegeven hebben.Hoewel de bloedkaartjes niet bewaard worden met het doel wetenschappelijk onderzoek uit te voeren, kan een onderzoeker de bloedkaartjes gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek mits toestemming van zowel een ethisch comité als de privacycommissie, en mits bijkomende schriftelijke toestemming door de ouders.

Voor meer info verwijzen we je graag door naar www.aangeborenaandoeningen.be.

Ziekte en koorts

Plotse ziekte

Bij op voorhand ingeplande afspraken kan je meestal de arts van jouw voorkeur raadplegen. Bij plotse ziekte ligt het anders. Het kan dan zijn dat je niet onmiddellijk, of op het uur dat je verkiest, bij de arts van jouw voorkeur terecht kan. Elk van de kinderartsen voorziet dagelijks plaatsen in zijn/haar agenda, maar deze zijn begrensd in aantal. Daarnaast wordt er ook dagelijks een agenda voorzien voor opvang van plotse ziekte. De consultatie is dan bij een kinderarts in opleiding (assistent), maar steeds onder supervisie van en in overleg met een kinderarts, die je ook zal zien.

Vaak kunnen vele gevallen van plotse ziekte worden behandeld door je huisarts. Als die ons advies wenst, zal die je verwijzen. Bij dringende gevallen zal je huisarts ons zelfs telefonisch contacteren.

Indien je kind heel plots zeer ernstig ziek lijkt, ga je uiteraard naar de dienst spoedgevallen. Bel in extreme gevallen het nummer 112.

Koorts

Een reden waarom ouders graag snel een consultatie wensen, is koorts bij hun kind. Het is belangrijk te beseffen dat dringendheid in dergelijk geval maar in een minderheid van de gevallen nodig is en dat alle kinderartsen goed opgeleid zijn om de gepaste maatregelen te nemen. Er is regelmatig overleg tussen de kinderartsen en we werken allen in hetzelfde medische dossier.

We spreken van koorts als de lichaamstemperatuur boven de 38°C komt. Je kunt de temperatuur op heel wat verschillende manieren meten. De meest betrouwbare methode blijft de thermometer in de poep, zeker bij jonge kinderen. Een strip of een oorthermometer zijn niet altijd even nauwkeurig.

Het is belangrijk te beseffen dat koorts een ziekteteken (symptoom) is en geen ziekte op zich. Koorts is meestal een natuurlijke, op zichzelf onschuldige reactie van het lichaam op een infectie om herstel van weefsel en cellen te bevorderen. Het is dus een teken dat het eigen afweersysteem in actie komt tegen de infectie. Een infectie kan worden veroorzaakt door bacteriën en virussen. In de meeste gevallen wordt koorts veroorzaakt door een virale infectie die in het algemeen vanzelf overgaat, zoals een verkoudheid. De mate van 'ziek-zijn' is belangrijker dan de hoogte van de koorts – ook 40°C op zichzelf is geen reden tot paniek. De duur van de koorts kan variëren (enkele dagen tot soms 10 dagen). De helft van de kinderen met koorts is na vier dagen koortsvrij.

Belangrijk bij de beoordeling van een kind met koorts is dus inschatten hoe groot het risico is op een ernstige (bacteriële) infectie als oorzaak van de koorts. Dat betekent dat wordt rekening gehouden met de rijpheid van het immuunsysteem, de vaccinatiestatus, de kans op gevaarlijke microben en de aanwezigheid van andere ziektetekenen.

Koorts als enig ziekteteken is een reden om onmiddellijk te worden gezien door een kinderarts, wanneer je kind jonger is dan 3 maanden. Onder de leeftijd van een maand geldt dit altijd. Als je kind tussen een en drie maanden oud is en er is geen verklaring voor de koorts (bijvoorbeeld een duidelijke verkoudheid), word je kind best ook snel gezien in het ziekenhuis.

In andere gevallen kan bij koorts eerst de huisarts worden geconsulteerd, tenzij er ook sprake is van:

  • Abnormaal bewustzijn: sufheid (enkel alert na lichamelijke prikkeling)
  • Abnormaal gedrag: ontroostbaar wenen, kreunen, plots iets niet meer kunnen wat voordien wel kon, koortsrillingen
  • Abnormale bewegingen: bizarre stand van bepaald lichaamsdeel, stuipen
  • Abnormale ademhaling: neusvleugelen, intrekkingen
  • Tekenen van uitdroging
  • Koorts langer dan vier dagen
  • Afwijking aan een of meerdere gewrichten: zwelling van gewricht of verminderd gebruik
  • Abnormale kleur: gemarmerd, grauw, wit, of een donkerrode/paarse/blauwige huiduitslag die niet verbleekt bij lokale druk
  • Een opgezette fontanel

Kinderen bij wie een bepaalde hartafwijking of immuunstoornis werden vastgesteld, zullen specifieke adviezen krijgen om in geval van koorts na te leven.

Spoedgevallen

Op de dienst spoedgevallen beschikken we over twee behandelkamers speciaal voor kinderen

De dienst spoedgevallen is bedoeld om patiënten die dringend medisch bijstand nodig hebben, te helpen. Je kan er niet langsgaan op afspraak, want ongevallen of bijvoorbeeld een hartstilstand kan je niet voorspellen.

Het kan zijn dat je moet wachten op de spoed. Het kan ook zijn dat een persoon die na jou is binnengekomen op de spoeddienst toch eerder gezien wordt, of dat de spoedarts weggeroepen wordt. Je kan hier meer lezen over de wachttijden op onze spoeddienst.

Naar de spoeddienst gaan kan voor een kind overweldigend zijn. We geven je hier graag enkele tips mee om je kind voor te bereiden.

Contact met een kinderarts

Wij merken dat er steeds meer vragen aan onze artsen worden gericht via e-mail. We krijgen zoveel e-mails dat tijdig beantwoorden steeds moeilijker wordt. Met het oog op kwaliteitsvolle dienstverlening en een veilige zorg voor je kind vragen wij om geen mails te sturen met dringende vragen over acute ziekte. In dit geval neem je telefonisch contact op.

Wij willen ook beklemtonen dat het vaak niet mogelijk is om onderbouwde adviezen te geven, zonder je kind ook daadwerkelijk te hebben onderzocht. Dit betekent dat een consultatie nodig is. Bij patiënten die meerdere maanden niet door ons werden gezien, kan er al veel veranderd zijn, zodat zij voor hun vragen altijd een afspraak dienen te maken.

Voor niet-dringende communicatie (groeigegevens, verslagen, vraag naar voorschrift, doorgeven van een update ... zoals overeengekomen met de behandelende arts) kan elektronische communicatie uiteraard wel aangewezen zijn.