De eerste dagen en weken met je baby kunnen spannend zijn. Hieronder geven we je graag antwoorden op enkele veelgestelde vragen.

Kan ik wiegendood voorkomen?

Bepaalde baby’s hebben een verhoogd risico op minder stabiele ademhaling en bloedsomloop. Bijvoorbeeld omdat zij een bepaalde afwijkingen hebben aan de luchtwegen, omdat hun ontwikkeling gestoord is … Bij hen kunnen we een slaaponderzoek organiseren om te zien of er inderdaad sprake is van instabiliteit.

Wiegendood is de benaming voor het onverwacht overlijden van een kind jonger dan een jaar zonder dat er, zelfs na zeer uitgebreid onderzoek, een verklaring wordt gevonden. Het komt in Vlaanderen jaarlijks voor bij ongeveer 2 op 10.000 baby’s.

Aangezien we niet weten wat de precieze oorzaak is, beschikken we nog steeds niet over een sluitende bescherming. Uit onderzoek en ervaring uit het verleden kennen we wel verschillende maatregelen die ervoor gezorgd hebben dat wiegendood veel minder voorkomt dan vroeger. Enkele belangrijke aandachtspunten:

  • Rook niet tijdens je zwangerschap. In jou buurt en in de buurt van je baby mag ook niet gerookt worden.
  • Leg je baby op zijn/haar rug om te slapen. Deze houding verhoogt het risico op verslikking of verstikking niet (ook niet bij gastro-oesofagale reflux). Van zodra je kindje kan rollen van rug naar buik en omgekeerd, maakt de slaaphouding niet meer uit.
  • Inbakeren vormt geen verhoogd risico als je baby op de rug wordt gelegd. Wanneer je baby aanstalten maakt om te beginnen rollen, mag je hem/haar niet meer inbakeren.
  • Gebruik een stevige matras en stop het laken vast. Gebruik geen ander beddengoed, kussens, dekentjes, omranders of zachte voorwerpen die tot klemming of verstikking kunnen leiden.
  • Zorg voor een koele slaapomgeving. Tot de leeftijd van acht weken is 20 °C voldoende, vanaf acht weken wordt 18 °C aangeraden. Het vrij blijven van het hoofd en zeker van het gezicht, speelt een zeer belangrijke rol bij het in stand houden van een normale lichaamstemperatuur.
  • Borstvoeding beschermt tegen wiegendood, net als het gebruik van een fopspeen.
  • Het is aan te raden om je baby bij jou in de slaapkamer te laten slapen, maar niet bij jou in bed. Dit minstens tot de leeftijd van zes maanden.
  • Leg je baby op wakkere momenten en onder toezicht vaak op de buik om vervorming van het achterhoofd te beperken en om de psychomotore ontwikkeling te stimuleren.
  • Thuismonitoring is geen zinvol middel om het risico op wiegendood te verlagen.

Bron: SIDS and Other Sleep-Related Infant Deaths: Evidence Base for 2016 Updated Recommendations for a Safe Infant Sleeping Environment. Moon R, TASK FORCE ON SUDDEN INFANT DEATH SYNDROME. Pediatrics 2016:138(5): e20162938

Wat kan ik doen als mijn baby (veel) huilt?

Alle baby’s huilen en bijna elke baby wordt rustiger bij aanrakingen, op de schoot, bij wiegen, bij zingen … Probeer dit contact niet te beperken tot de momenten waarop je baby huilt, anders leert hij/zij dat huilen de enige manier is om aandacht te krijgen.

Wanneer je baby huilt:

  • Probeer in te spelen op wat je baby nodig heeft nodig heeft: voeding, een knuffel, geruststelling …
  • Reageer niet onmiddellijk bij het eerste schreeuwtje. Hou wel toezicht.
  • Vermijd overstimulatie.
  • Kinderen die bijzonder veel huilen hebben nood aan regelmaat, o.a. een vaste dagindeling. Het maakt het leven voor een baby voorspelbaar en zal je baby rustiger maken.

Sommige baby’s krijsen echt, wat je ook probeert. Dit leidt ertoe dat ouders soms radeloos, uitgeput en boos worden.

Wat je nog kan proberen in dit geval:

  • Zachtjes toepraten of toezingen.
  • Controleren of de baby het niet te warm heeft.
  • Een wandeling maken met je baby.
  • Honger uitsluiten, en als je baby gevoed is een fopspeen geven.

Als je al het bovenstaande zonder succes hebt geprobeerd, leg je je baby in zijn/haar bed, verduister de kamer en geef jezelf de kans om even te bekomen.

Hoe erg het ook kan lijken, schud je kind nooit. Dit kan enorme schade veroorzaken, o.a. blindheid, blijvend hersenletsel met handicap of dood tot gevolg.

Wees niet terughoudend om hulp te zoeken bij familie of vrienden in geval van nood aan een rustmoment.

Je kan een kleine baby niet verwennen, voel je dus niet schuldig over troosten en knuffelen wanneer je daartoe de behoefte voelt.

Huilen neemt na twee à drie maanden af en er zijn veel ongevaarlijke oorzaken voor ongemakken bij baby. Als je echter het gevoel hebt dat de oorzaak van het wenen niet pluis is, vertrouw dan op je gevoel en zoek hulp.

Mag ik met mijn baby gaan wandelen?

Contact met de buitenlucht vormt geen enkel probleem voor een gezonde, voldragen baby:

  • Stel de huid van je baby niet direct aan (fel) zonlicht bloot. De delicate babyhuid verbrandt snel en huidschade op jonge leeftijd vergroot het risico op huidkanker levenslang.
  • Over- of onderkleed je baby niet: laat je baby zoveel laagjes dragen als je zelf draagt en voorzie een extra dekentje.

Voor prematuren of baby’s met een te laag geboortegewicht voor de zwangerschapsduur is het risico op onderkoeling groter. Let bij hen daarom op volgende richtlijnen:

  • Gaan wandelen kan pas als je baby absoluut geen moeilijkheden meer heeft om binnenshuis zijn lichaamstemperatuur op peil te houden
  • Hou de eerste uitstapjes kort en controleer na het uitstapje je baby’s temperatuur
  • Verkies zacht weer, zonder regen, wind of mist
  • In lente, herfst en winter ga je best ’s middags wandelen (warmste moment), tijdens de zomer best ’s morgens of ’s avonds (vermijden van brandende zon) 


Neem je baby liever niet mee naar drukke bijeenkomsten.

Bron

Mag ik bezoek ontvangen?

Bezoek ontvangen is vermoeiend zowel voor jou als je baby. Hou het daarom rustig. Organiseer geen grote bijeenkomsten die gepaard gaan met veel stress. Voor jezelf, maar zeker voor je baby kan de druk te groot worden. Hou volgende regels in acht:

  • Laat je baby zoveel mogelijk rusten tijdens het bezoek en stoor hem niet.
  • Er mag niet gerookt worden in de kamer waar je baby slaapt of ligt.
  • Je baby slaapt best thuis in zijn vertrouwde omgeving.
  • Weiger bezoek van besmettelijk zieke personen.

Mag mijn baby reizen met het vliegtuig?

Vliegtuigreizen betekenen voor gezonde pasgeborenen geen extra gezondheidsrisico, al dienen wel enkele overweging te worden gemaakt:

  • Kinderen met chronische hart- of longaandoeningen (bv. prematuren) lopen een hoger risico op zuurstofgebrek tijdens de vlucht. Voor hen wordt op voorhand best advies gevraagd aan de behandelende arts en kunnen bijkomende onderzoeken aangewezen zijn.
  • Oorpijn bij stijgen/dalen kan echt vervelend zijn voor je kind/baby. De druk in het middenoor kan worden aangepast aan de druk van de omgeving door slikken of kauwen. Je kan je Baby helpen door hem/haar te voeden.
  • Er is geen wetenschappelijk bewijs dat er meer klachten of complicaties zijn bij vliegtuigreizen met een oorontsteking.
  • Reizen door verschillende tijdzones, jetlag en gewijzigd dagritme kunnen het slaappatroon verstoren net zoals bij volwassenen.

Bron 1: The effects of flight and altitude. Samuels MP, Arch Dis Child 2004;89:448-455
Bron 2: Taking young children on aeroplanes: what are the risks? Bossley C, Balfour-Lynn IM, Arch Dis Child 2008;93:528-533

Mag mijn baby reizen naar gebieden op grote hoogte?

Op grote hoogte worden we blootgesteld aan koude, lagere luchtvochtigheid, verhoogde UV-straling en verlaagde luchtdruk. Het grootste gevaar voor de gezondheid is de verlaagde zuurstofspanning. Het risico op zuurstofgebrek hangt af van de hoogte, de snelheid van stijgen en de duur van het verblijf op hoogte. Personen (ook kinderen) met onvoldoende behandeld ernstig longlijden (bv. prematuren), sikkelcelanemie, bepaalde hartaandoeningen, infecties, spierziekten of bepaalde afwijkingen van het zenuwstelsel lopen meer risico op zuurstoftekort.

Langzaam stijgen, acclimatiseren (rust bij aankomst), waken over voldoende vochtinname en alertheid voor symptomen die kunnen wijzen op hoogteziekte zijn belangrijk. Bij kinderen die zich nog niet kunnen uitdrukken kunnen ziektetekenen zeer aspecifiek zijn: prikkelbaarheid, ontroostbaar huilen, extreme aanhankelijkheid, verminderde eetlust, slaperigheid en braken.

Ieder kind dat onwel wordt op een hoogte boven 2500 meter dient onmiddellijk naar lager gelegen gebied te worden gebracht. Er wordt aangeraden om tot de leeftijd van twee jaar niet te overnachten op hoogte boven 2000 meter en tussen 2 en 10 jaar niet boven 3000 meter.

Bron

Moet ik mijn baby laten vaccineren?

Vaccinaties zijn bedoeld om immuniteit op te bouwen. Dat is een van de mechanismen waarmee ons lichaam zich beschermt tegen de schadelijke werking van microben. Je kan die afweer ook opbouwen door contact met de microben zelf, maar bij zeer ernstige infectieziekten laten we de natuur liever niet haar gang gaan. Daarom proberen we door een vaccin de immuniteit op te bouwen voordat de ziekte zelf kan toeslaan.

Inentingen worden aangeraden om verschillende redenen:

  • Zij kunnen het leven van je kind redden. De krachtigste maatregelen in de geneeskunde zijn de preventieve. Ervoor zorgen dat je kind een ziekte niet kan oplopen en niet kan sterven aan een complicatie, is dus de belangrijkste reden om te vaccineren. In geval van ziekte beschikt de geneeskunde immers niet steeds over de middelen om een patiënt te doen overleven.
  • Vaccins zijn veilig en effectief. Het risico op ernstige nevenwerking is extreem klein en hoe dan ook veel kleiner dan de kans op ernstige verwikkelingen van de ziektes waartegen zij trachten te beschermen.
  • Vaccinatie zorgt ook voor bescherming van anderen en de volgende generaties.

Enkel kinderen die een ernstige reactie doormaakten op een vorige inenting of kinderen met bepaalde afweerstoornissen mogen niet worden gevaccineerd.

In verschillende landen zijn verschillende vaccinatieschema’s gangbaar. De opbouw ervan wordt mede bepaald door de infectiedruk en beschikbare zorgsystemen. In België adviseert de Hoge Gezondheidsraad een schema aan, dat ook door Kind & Gezin wordt gevolgd.

Kosteneffectiviteit of bevolkingsniveau en beschikbaar budget spelen ook een rol, wat maakt dat er vaccins beschikbaar en zinvol zijn, maar (nog) niet worden terugbetaald. Voor die vaccinaties kan je niet bij Kind & Gezin terecht. Je dient de vaccins zelf aan te kopen en te laten plaatsen door je huis- of kinderarts. Voorbeelden hiervan zijn de vaccins tegen een bepaalde vorm van hersenvliesontsteking en windpokken. De mutualiteit komt soms wel tussen voor een deel van kost.

Bron