Wanneer aangewezen?

Indien aambeien niet of onvoldoende reageren op niet-chirurgische behandelingen kan een meer drastische behandeling noodzakelijk zijn. Ook hiervoor bestaan verschillende opties. In AZ Maria Middelares wordt een keuze gemaakt uit diverse technieken op basis van het type aambeien, het soort klachten en enkele patiënt-specifieke kenmerken.

Verschillende chirurgische behandelingen

1. Wegsnijden van aambeien

Deze techniek bestaat al erg lang en was vroeger de enige chirurgische mogelijkheid in geval van ernstige aambeien. De storende aambeien worden tijdens deze behandeling onder algemene verdoving weggesneden, waarbij de overgebleven wonde niet of slechts gedeeltelijk wordt dicht gehecht. De wonde zal nadien geleidelijk aan spontaan dichtgroeien. Op deze manier kan men één aambei (1-pijler resectie) of meerdere aambeien (klaverblad resectie) verwijderen.

Hoewel de aambeien na deze hemorroïdectomie zelden terugkomen, zijn er toch een aantal nadelen aan de techniek verbonden. Zo hebben de meeste patiënten tijdens de eerste weken na de operatie behoorlijk veel anale pijnklachten, vooral tijdens de ontlasting. Ook is er gedurende geruime tijd verlies van wondvocht mogelijk. Aangezien de genezende wonden achteraf resulteren in schrompelende littekens, kan deze techniek een vernauwing van de anus veroorzaken indien er meerdere aambeien werden weggesneden. Voor patiënten met slechts 1 grote aambei is deze behandelingsmethode wel een goede keuze.

2. Wegnieten van aambeien

Deze procedure staat ook bekend als de ‘Longo procedure’ of de ‘Procedure voor Prolaps en Hemorroiden (PPH)’. Ze is geschikt voor symptomatisch circulair uitstulpende aambeien. Bij deze techniek worden de uitgezette aambeien met een speciaal nietapparaat weggenomen en het uitgezakte gezonde slijmvlies wordt weer naar binnen getrokken. Op deze manier ontstaan geen open wondjes maar wel een circulaire nietjesrij in het onderste gedeelte van de endeldarm.

Door de afwezigheid van wonden hebben de meeste patiënten na deze procedure minder pijnklachten, men klaagt ook minder van verlies van wondvocht. Door zwelling van de nietjesrij kan de ontlasting de eerste weken wel wat moeizaam of gefragmenteerd verlopen, dit verbetert spontaan.

3. Transanaal afbinden van de bloedvaten van de aambei

Bij deze techniek wordt met behulp van een transanaal ingebrachte doppler-probe (een toestel om met behulp van echografie de doorbloeding in bloedvaten op te sporen) gezocht naar de slagaders die verantwoordelijk zijn voor het stuwen van de aambeien. Deze bloedvaten worden nadien afgebonden om de stuwing te verminderen. Bij deze THD-procedure (‘Transanal Hemorroidal Dearterialisation’) kan nadien ook selectief een opnaaiing van de uitgezakte pijlers uitgevoerd worden.

Ook deze techniek resulteert niet in open wonden rondom de anus, wel kan er de eerste dagen forse zwelling in de anus optreden met moeizame en pijnlijke ontlasting tot gevolg. Voor zeer uitgebreide prolaberende aambeien is deze techniek wat minder geschikt omwille van het hogere risico op herval.

Verloop ingreep

Voorbereiding

De ingrepen worden doorgaans in daghospitalisatie uitgevoerd, je hoeft na de ingreep dus niet in het ziekenhuis te overnachten. Indien je te veel pijn hebt of er zich onmiddellijk post-operatief problemen (zoals bloedverlies of urineretentie (= moeilijk/niet kunnen plassen) voordoen, kan een overnachting toch aangewezen zijn.

Je begeeft je de ochtend van de ingreep nuchter naar de opnamedienst. Tot twee uur voor de ingreep mogen heldere suikerrijke dranken gedronken worden. In specifieke gevallen kan de behandelend arts je de toestemming geven ’s ochtends toch een licht ontbijt te nuttigen; vermeld dit steeds aan de anesthesist op het moment van de narcose.

Je gewoonlijke thuismedicatie mag je wel innemen met een slok water tenzij de arts tijdens het voorbereidende gesprek bepaalde medicijnen liet staken. Zo moet bloedverdunnende medicatie een week voor de operatie gestopt worden; gelieve dit vooraf aan je arts te melden!

Een specifieke voorbereiding is doorgaans niet nodig, je hoeft vooraf geen lavement toe te dienen. Indien dit toch vereist is, zal je arts jou hierover vooraf inlichten.

Nazorg

  • Op het einde van de heelkundige ingreep wordt vaak anaal een compres ingebracht. Deze compressen moeten niet verwijderd worden, ze verdwijnen spontaan met de eerste ontlasting. Na het wegnieten van de aambeien brengt je arts meestal een groter verband in om nabloeding tijdens de eerste post-operatieve uren te vermijden. Dit verband dient wel verwijderd te worden door de verpleegster van je afdeling enkele uren na de ingreep.
  • Voor jouw ontslag krijg je op de afdeling uitleg over pijnstilling en aangewezen wondverzorging van de behandelende arts of zijn assistent. In sommige gevallen is het aangewezen lokaal zalf aan te brengen, ook dit wordt bij je ontslag meegedeeld. De nodige voorschriften worden voorzien, alsook een brief voor de huisarts. Soms kan een attest voor thuisverpleging noodzakelijk zijn.
  • Door de aanwezigheid van wonden in en/of rond de anus kan de ontlasting aanvankelijk pijnlijk zijn. Tracht constipatie te vermijden door voldoende vocht en vezels in te nemen. Desnoods is tijdelijk een laxativum geadviseerd. Indien de stoelgang te vloeibaar wordt kan men deze behandeling vanzelfsprekend onderbreken.
  • Een controle op de polikliniek is voorzien drie weken na de ingreep. Tegen die tijd zijn de pijnklachten meestal goed onder controle, de wondjes kunnen soms pas na zes weken volledig genezen zijn. Indien nodig zal dan ook een vervolgafspraak voorzien worden. Ondanks correcte behandeling kunnen de aambeien na maanden of jaren opnieuw klachten veroorzaken. Tracht dit te voorkomen door de leefregels goed in acht te nemen.
  • Achteraf wordt best rekening gehouden met de algemene maatregelen/leefregels die hier besproken worden.

Mogelijke risico's

Bij elke operatie bestaat de kans op een aantal algemene complicaties. Bij ingrepen voor aambeien is deze kans bijzonder klein aangezien het een zeer kortstondige narcose betreft.

Wel zijn er aantal specifieke verwikkelingen mogelijk:

  • Anaal bloedverlies stopt meestal vanzelf. Indien nodig kan het soms helpen een afdekkend drukverband aan te brengen. Een zeldzame keer is een heringreep vereist om de bloeding te doen stoppen. Bij twijfel wordt best een arts geraadpleegd.
  • Door de ingreep ter hoogte van de anus kan men na de ingreep moeite hebben met plassen. De patiënt moet absoluut geplast hebben vooraleer hij/zij het ziekenhuis verlaat. In uitzonderlijke gevallen plaatsen we een tijdelijke blaassonde.
  • Ten gevolge van de ingreep zullen de weefsels rond de anus opzwellen. Dit kan tijdens zitten of bij afvegen het gevoel geven dat de aambeien er nog (gedeeltelijk) zijn. Deze zwelling verdwijnt spontaan tijdens de eerste weken na de ingreep.
  • Pijnklachten zijn normaal na een ingreep voor aambeien. Indien de pijnklachten na de ingreep geleidelijk aan toenemen in plaats van afnemen, kan men best contact opnemen met een arts.
  • Wanneer een patiënt na de ingreep koorts ontwikkelt, moet een infectie uitgesloten worden. Het kan dan gaan om een algemene infectie (longontsteking of urineweginfectie) maar natuurlijk ook om een infectie in de operatiestreek. Infecties na ingreep voor aambeien zijn zeldzaam maar ze kunnen wel ernstig zijn. Een bloedafname en eventueel gerichte beeldvorming zullen uitwijzen of er nood is aan antibiotica.
  • De ontlasting verloopt na de ingreep soms een tijd minder vlot. Door de post-operatieve zwelling kan men het gevoel hebben dat de stoelgang belemmerd wordt. Indien dit na enkele weken niet verbetert, zou dit kunnen wijzen op vernauwing van de anus door inwendige littekenvorming. Hiervoor kan het soms tijdelijk noodzakelijk zijn de wonden eens op te rekken op de polikliniek (of onder narcose indien dit te pijnlijk zou zijn).

Centra & specialisaties

Algemene chirurgie

Laatste publicatiedatum: 12/11/2019
Verantwoordelijk auteur: Dr. Pletinckx Pieter