Binnenkort kom je voor een raadpleging of opname naar ons ziekenhuis. Tijdens je verblijf zullen je parameters (zoals bloeddruk, temperatuur …) door de verpleegkundige van de afdeling op regelmatige tijdstippen gecontroleerd worden. Een van deze parameters is de bevraging naar je pijn. Pijn na een operatie of tijdens je verblijf in het ziekenhuis heeft namelijk een negatieve invloed op je genezingsproces.

Pijnmeting

Om dit te kunnen doen vragen wij jouw hulp. Want jij bent de enige die ons kan vertellen dat je pijn hebt, waar de pijn zich situeert en hoe sterk deze pijn aanwezig is. Hierdoor kunnen we, samen met de behandelende artsen, op zoek gaan naar een goede pijnbehandeling.

Vaak is het moeilijk om juist aan te geven hoeveel pijn je hebt. Daarom zal de verpleegkundige je vragen om de mate waarin je pijn ervaart uit te drukken in een cijfer tussen 0 en 10. Hierbij betekent 0 geen pijn en 10 onuitstaanbare pijn. Aangezien pijn een persoonlijk ervaring is, kan je dus nooit een verkeerd pijncijfer geven. Bij kinderen of volwassenen die hun pijn moeilijk kunnen verwoorden, gebruiken we aangepaste meetschalen.

Pijnbestrijding

Vanaf een pijncijfer 4 zal de verpleegkundige je pijn behandelen. Dit kan zijn door je medicatie aan te passen volgens een vooraf bepaald schema, opgesteld door de behandelende arts maar kan bijvoorbeeld ook door warmte of koude te gebruiken, je houding aan te passen …

Het is belangrijk om te weten dat je misschien niet 100% pijnvrij zal zijn maar de pijn moet dragelijk zijn. Het is van belang dat je vertelt of je pijnbehandeling al dan niet goed werkt, daarom zal de verpleegkundige je pijn opnieuw bevragen. Je kan je pijn melden op elk tijdstip, niet enkel wanneer wij er om vragen. Hoe langer je wacht met het melden van je pijn, hoe moeilijker het wordt om je pijn te behandelen.

Na een operatie

De soort pijnbehandeling hangt sterk af van het type onderzoek of operatie en wordt bepaald door de anesthesist en/of de behandelende arts. Naast het toedienen van medicatie worden bij sommige, meestal zwaardere ingrepen, tijdens of onmiddellijk na je ingreep een pijnpomp geplaatst. Hierbij plaatst de anesthesist een fijn buisje in de rug (epiduraal), waarop de pijnpomp wordt aangesloten. Via deze weg worden verdovende producten toegediend, die de werking van zenuwen tijdelijk uitschakelen en je geen pijn meer ervaart. Na de operatie kan je met een bedieningsknop zelf bepalen hoeveel medicatie je krijgt. De verpleegkundigen zullen je pijn regelmatig navragen om na te gaan wanneer de pijnmedicatie verminderd en gestopt kan worden.

Naast de ruggenprik kan de anesthesist bij bepaalde operaties voorstellen om een lichaamsdeel, bijvoorbeeld de schouder, lokaal te verdoven. Hierbij spreken we van een lokale zenuwblokkade. Afhankelijk van de medicatie kan dit tot 24 uur pijnstilling geven.

Indien je nog vragen hebt, spreek gerust de verpleegkundige aan.